woensdag 3 november 2021

Een andere eekhoorn

De roze eekhoorn zit te wachten op een andere eekhoorn die voorbij vaart.
Wachten op herkenning, om dan vertrouwd verder te varen met de andere eekhoorn mee.
Voor nu weet ik namelijk de weg niet meer.
De roze eekhoorn mompelt en moppert wat.
Het duurt. Er blijken geen andere eekhoornen dezelfde weg te nemen.
Zomaar doorvaren en verder vinden kan Zo, maar dan is er de Maar. 

zo, Maar: 
ik ben gevallen, maar werkelijk vallen zou anders zijn.
-wat het betekent om te vallen zal ik pas vinden door het denken te laten vallen.

/

  /
     /

          
             /

/
Tot hier - is de Vindtocht van de roze eekhoorn gekomen.

Vanaf hier varen we terug naar het begin.
Het hoofd gooien we overboord.

Vanaf nu is de schippersmantra: Vraag me niet Waarom




 

dinsdag 19 oktober 2021

Boei 4.3



[Mede-vallers]

Wanneer je de enige denkt te zijn die valt,
denk dan aan je mede-vallers.

Je mede-vallers durven te luisteren naar de tijd.
Ze vergeten wat ze denken van zichzelf
Ze weten wat ze voelen voor het ogenblik. 

Het geeft allemaal niet – het is allemaal wel.

Wel laten we luisteren naar het Toeval.

Acht toe, val.


 

Vogel

omdat het vallen zo mooi omschreven wordt, door Joost Baars in 'Binnenplaats'. 

THEOLOGIE VAN DE STOEL

omdat de stoel niet samenvalt met de naam van de stoel


omdat de naam van de stoel alles wat niet stoel is aanwezig stelt

omdat onder de naam van de stoel het universum in zijn geheel bestaat uit
wat wel en niet stoel is

omdat het noemen van namen een daad is
                           gaan zitten bijvoorbeeld

omdat gaan zitten de naam van de stoel bevestigt
                           en daarmee alles wat niet stoel is
                           en daarmee het universum onder de naam van de stoel

omdat de wet van het universum eindeloos vallen is

omdat lichamen vallen

omdat onder de naam van het lichaam alles voorbij het lichaam aanwezig
wordt gesteld

omdat ons bestaan belichaamd is

omdat ons belichaamde zijn het noemen is van een naam

omdat niemand zijn eigen lichaam benoemt
                           en onder de naam van het lichaam het vallen besloten ligt

omdat elke zoon een gebroken zoon voortbrengt

omdat taal ons bewoont en ontvalt
                           bevallen het eindeloos vallende lichaam zijn naam geeft

omdat in bevallen de naam van het vallen besloten ligt

omdat de naam van het vallen alles wat niet vallen is aanwezig stelt

omdat het vallen niet samenvalt met de naam van het vallen

omdat onder de naam van het vallen het universum in zijn geheel bestaat
uit wat wel en niet vallen is

omdat vallen de wet van het universum is

omdat het eindeloos vallen materie voortbrengt
                           stoelen bijvoorbeeld

omdat onder de naam van de stoel het eindeloos vallen vraagt om een
naam

omdat een naam je ontvalt als een antwoord
                           als je gaat zitten
                           als je je zoon in je armen neemt

omdat de gebroken zoon een verrezen zoon in je mond legt

                           heilig zij zijn onwettige naam

 


zaterdag 16 oktober 2021

Boei 4.2

Alles zal op zijn plek vallen. 

De roze eekhoorn start zijn weg naar Boei 4.2 en vist voor het vertrek nog enkele woorden uit het water rond Boei 4.1. Zoals je dat van de roze eekhoorn verwachten mag, doet hij dat met eerbied naar de zee. Al vissende zingt hij een wijsje, zodat alleen de woorden in de buurt zullen zijn die gehoord willen worden en de rest mogelijkheid heeft weg te vluchten voor de vraag van de hengel.

De vangst:
Wedstrijd. Aanraking. Afstand. Verantwoordelijk. Gehoorzaam. Revolutie.

Vallen
Het leven is een vrolijk spel zonder verliezers.
Het leven is de aanraking van de voeten van de mens op de aarde.
Zodra we zeggen te vallen is het een afstand die ons overvalt.
Alsof we verantwoordelijk zouden zijn en-
alsof we gehoorzaam zouden moeten zijn.
Het zou een revolutie zijn het vallen te verwelkomen.

/

      • De reden waarom we het zo pijnlijk vinden om zomaar iets weg te geven of te ontvangen, is dat we in schaarste geloven. Er is maar zoveel en dat is zeker niet genoeg voor iedereen, dus zorg er voor dat jij een zo groot mogelijk deel krijgt en ga er bovenop zitten. Sloten op de deur, hoge muren, kluizen, alarminstallaties, verzekeringen, politie, legers, gevangenissen, we doen er alles om ons tegen de schaarste te wapenen en vast te houden wat we hebben. Maar de vraag is of er schaarste bestaat in de natuur. 
        Willem de Ridder in: Handboek spiegelogie. Pg. 136
Als je jezelf beschouwt als mens met een bepaalde hoeveelheid aan waarde in je en als je het vallen beschouwt als een ongewild weggeven van een stukje van deze waarde, dan zal je bang zijn om te vallen wanneer je in schaarste gelooft. Wat je kan doen is het volgende.
A: jezelf inpakken met vele lagen aan bubbeltjesplastic
B: heel voorzichtig op je tenen door het leven lopen.

Het bubbeltjesplastic zal je val verzachten en op je tenen zal je minder snel tot de val komen. Beide opties zijn voorzichtig.

Uit de Lucht
Voorzichtig
heel even kijken
naar wat er straks zal kunnen gebeuren.
Voorzichtig
heel even kijken
wat ik kan doen om niet die oen te zijn.  
-
Het is het voor-zicht van de Voorzichtigen
dat de toekomst aangenaam zou moeten maken.
Maar pas op
voor de Voorzichtigen.
Doordat ze ver voor zich kijken zien zij niet wat ze achter zich laten;
Hier te zijn.
-
Het leven dat niet te controleren valt,
niet te wijzen valt.
Zo valt de Voorzichtige van de trap met een onweten.

Weet je voorzichtig te verlossen
van het voor-zicht.


Naast optie A en B is er nog een optie C: je geloof in schaarste laten varen. Het roze konijn zal het wel de weg op zee willen wijzen als je het hem lief vraagt. De vraag is of je het roze konijn durft aan te spreken. Zoiets onbekends naderbij komen is niet altijd gemakkelijk.

/

      • U bent zo jong, in het leven nog zo onervaren, dat ik u, mijn beste, zo goed ik kan zou willen vragen geduld te hebben met alles wat in uw hart nog niet tot een oplossing is gekomen en te proberen de vragen zelf lief te hebben als voor u niet toegankelijke kamers en als boeken die in een volkomen onbekende taal zijn geschreven. Zoek nu niet naar de antwoorden die u niet gegeven kunnen worden, omdat u niet in staat zou zijn ze te leven. Leef nu uw vragen. Misschien leeft u dan gaandeweg, ongemerkt, op een dag in een ver verschiet het antwoord binnen. 
        Rainer Maria Rilke in: Brieven aan een jonge dichter. Pg. 21

Volgens de mythe van het Vallen zou het ons weghouden van het ware Succes en Geluk. Succes & Geluk is waar we als mensen naar graaien. Liever heb ik het nu dan later. Later voelt namelijk aan als Nooit- het is niet nu en nu is eeuwig.
De tijd zit er tussen, een gevoel van haast. Rilke adviseert in zijn brief naar Kappus tot overgave aan het leven: het leven geduld te schenken. In de overgave zit een val. Een vrije val. Het leven is niets meer of minder.

      • In feite is de enige moed die van ons wordt verlangd: het moedig zijn tegenover het vreemdste, wonderlijkste en ondoorgrondelijkste dat ons kan overkomen. 
        Rainer Maria Rilke in: Brieven aan een jonge dichter. Pg. 44

Feitelijk is dat mooi gezegd, meer praktisch is het door Etty beschreven.

      • [5 sep 1941] Ik moet echt een beetje eenvoudiger worden. Me iets meer laten leven. Niet nu al resultaten willen zien van mijn leven. Ik moet maar ineen hurken in een hoekje op de grond en zo in elkaar gedoken luisteren naar wat er binnen in me is. Met denken kom ik er toch nooit uit. Dan moet er iets anders gebeuren. Dan moet je je passief maken en luisteren. Weer contact vinden met een klein stukje eeuwigheid. Waarom moet ik iets verwezenlijken? Ik moet gewoon maar ‘zijn’ en leven en een beetje een mens proberen te zijn. 
        Etty Hillesum in: Het verstoorde leven. Pg. 46

 

donderdag 14 oktober 2021

Boei 4.1

Voor het geval dat ik val,
ben ik gevallen.


/
Zo ziet dat eruit, het begin van het vallen. Zo- zoals het slash-teken boven deze zin.
Ik bewoog mijn bovenlichaam naar voren en vroeg mijn onderlichaam de balans niet te herstellen.

Ineens is de vloer mij meer nader dan het plafond mij was. Mijn amen konden en wilden niet anders dan de val opvangen. Alsof het een wedstrijd was, waar ze als eersten de finish bereiken moesten. De armen rijkten naar de grond voordat mijn lijf en mijn hoofd daar waren. Lag er soms goud? Was het hebberig en streverig misschien, van de armen? Het lijf daarentegen toonde geen verzet, maar overgave. Het komt zoals het komt. Bescheiden liet het zich vallen.

De val ontmoette ik maar heel kort. Geen tijd had ik om zijn of haar hand te schudden. Het was een ogenblik. Vóór het ogenblik stond ik rechtop en na het ogenblik lag ik horizontaal. Het vallen van het lichaam was niet zoals ‘BAM’, eerder zoiets als ‘bamBambampam’. De eerste bam is de aanraking van de armen met de grond. Daarna kwam de grotere Bam, waar het leven geheel op de grond ligt. Ten slotte reageren verschillende lichaamsdelen op de val, op de Bam,- bam: ze veren als het ware even omhoog, verbijsterd wat er gebeurt nemen ze daar korte tijd afstand- en geven ze zich uiteindelijk over aan de stilte door de grond volledig te verwelkomen: pam. De stilte wordt doorbroken door het opstaan. Alsof er niets is gebeurd - enkel nog een litteken op het matras.

-
Even terug naar de hebberige armen:
Voordat de val zijn intrede deed, vroeg het hoofd de armen om een kleine gunst. Daarop beloofden de armen aan het hoofd dat zij zich verantwoordelijk zouden houden voor een gezonde staat van zowel hoofd als nek. Gehoorzaam als de armen waren vingen zij de val op. In dit licht mag het verwijt van hebberigheid naar de armen toe dus alweer teniet worden gedaan. Het lichaam bestaat uit een groepje vrienden die het beste met elkaar voor hebben. De armen luisteren maar al te graag naar het hoofd. Mijn armen willen geleid worden. Die stem negeren is als een revolutie ontketenen. Zouden de armen niet meer luisteren dan zouden ze als onafhankelijk zijn. Wat schieten ze ermee op? Zo is het ook met de handen en de voeten. Waar zouden die gaan wanneer ze niet meer naar het hoofd luisteren? Ik ben eigenlijk wel benieuwd. 
Die stem van de revolutie fluistert dan toch aantrekkelijk door zijn mysterieusheid. Wat de revolutie met zich meebrengt is namelijk onduidelijk en in die onduidelijkheid ligt een voedingsbodem voor fantasie. Het zal er wel mooi zijn, daar waar het hart mag spreken en het hoofd niet meer zijn oordelen laat klinken. De roze eekhoorn zal het er vast wel naar zijn zin kunnen hebben. In hoeverre de roze eekhoorn bestaat is de vraag, net zo: in hoeverre deze revolutie een oogst zal brengen. 


Uit de Lucht

Voor het geval dat ik val,
kijk ik hoe de regen valt. 
Het zal wel meevallen. 

-
Voor het geval dat ik val, 
ben ik gevallen. 

-

Voor het geval dat ik nog eens val,
hoef ik niet bang te zijn.
Alles zal wel op zijn plek vallen.




dinsdag 12 oktober 2021

Boei 4.0

 



Uit de Lucht
Voor het geval dat ik val,
kijk ik hoe de regen valt.
Het zal wel meevallen.

-
Voor het geval dat ik val,
ben ik gevallen. 

maandag 11 oktober 2021

Eiland

 -aanmeren-


Het is tijd om even te rusten.
De roze eekhoorn stapt zijn papieren boot uit en zet voet op het eiland. Hij heeft het er heel vanaf gebracht. Zijn reis voer achtereenvolgens langs drie boeien: Wachten, Vertragen en Luisteren. De reis bracht woorden en beelden die de oceaan in stroomden. Al dat, blijft hier op de bodem liggen. Weet u, de roze eekhoorn wil u niet vullen. Wel wil het aan u stukjes leven onthullen. 
De grote hoeveelheid hoeft u van mij niet te dragen. Laat het anders maar gewoon vallen. Het zal zinken: u zult het wel op de bodem terug kunnen vinden.


--

Op het eiland kijkt de roze eekhoorn om zich heen. Er is geen haast, enkel zand. De roze eekhoorn neemt een slokje water. Zijn dorst is gestild, maar zo niet zijn dorst naar het verdere vinden van het hier-zijn. 
Voordat de roze eekhoorn zijn papieren boot weer betreedt wil hij opnieuw duidelijk hebben waar hij zal gaan. Zijn boot vult hij met Zijnsvergetelheid, de brandstof waarop gevaren wordt. Volgens Heidegger vergeten we een manier van zijn, die voorafgaat aan de technische kijk op de wereld. We bevinden ons niet tegenover, maar ín de wereld. De roze eekhoorn weet het weer: hij is op weg, terug naar de zaken zelf.

Alles valt weer op zijn plek. 
Daarover gesproken, bij Boei 1.0 de volgende woorden:

Uit de Lucht
Voor het geval dat ik val,
kijk ik hoe de regen valt.
Het zal wel meevallen.

Is het niet telkens een kwestie van vallen?

De roze eekhoorn wil verder varen. 
De volgende boei, zal Boei 4 zijn: Vallen.  

Schip Ahoy

~
 

Boei 3.3


 



donderdag 7 oktober 2021

Boei 3.2

''Besef wel dat voorafgaand aan de betekenis die vervat ligt in de taal, voorafgaand aan de emotie die verbreid wordt door het lied, de stem allereerst uit haar lichaam komt, uit haar fundament, haar basis, haar verbinding met de aarde, haar houvast, haar dierlijke greep op de grond via de voetzolen, haar koppeling aan lange wortels via de tenen; dat uit een of andere chtonische stroom een gloeiende bron opstijgt langs de kolommen van botten en spieren, door benen, dijen, billen, buik- en borstholte tot aan de schoudergordel; dat je stem alleen iets zal zeggen, iets zal betekenen als ze haar diepe inspiratie uit die basis haalt.''
Michel Serres in: Muziek. Pg. 12


Ik luisterde naar de man die drie dadels gaf. Zijn woorden hadden mijn aandacht. De woorden uit een onbekende wereld. Als ik nu bovenstaande woorden van Serres lees, begrijp ik dat de woorden er eigenlijk niet zo toe deden. Het was de onbekende wereld waar de woorden vandaan kwamen, die achter de woorden schuilhoudt. De woorden van de dadelgever Abdul ontstonden vanuit zijn voetzolen. De voetzolen die uitputting voelden op de droge grond. De woorden die hun weg vervolgden door de benen die de twee bergen beklommen en zeven maal om de steen liepen. De woorden die dan zijn hart hebben geraakt van het in vervulling komen van zijn opdracht in het leven: de bedevaart lopen. De woorden dragen het gevoel waarnaar je luisteren kan.

Serres schrijft in zijn boek Muziek vanuit drie verschillende visies over de betekenis van muziek en geluid in onze wereld. Hij ziet het als een reis, een reis die hij drie keer maakt langs dezelfde muzikale rivier. De eerste reis is van mythische aard, met Orpheus. Orpheus ontmoet een oude heks: de Geheugenis. De heks beschrijft de drie verschillende soorten ruis die als orde zouden heersen binnen de chaos van al het tumult:

''.. verschillend maar met elkaar verbonden, onontwarbaar met elkaar vermengd. Allereerst en voortdurend de witte ruis, de grondruis van de wereld; dan de intense en zeldzamer ruis van al wat leeft, en ten slotte de ruis van de samenlevingen, die overal en blindelings op zoek zijn naar betekenis.''
Michel Serres in: Muziek. Pg. 18

Nadat de Geheugenis deze kennis aan Orpheus voorlegt, begint Orpheus te luisteren naar het lichaam van de mensen (..stampen van hun voeten, vroegtijdig kloppen van een hart, de pols van een vuist..) Dan naar de wereld (zachte trillende donder van de aardschokken, kolken van de rivieren..) Ten slotte luistert hij naar de mensentalen. De spraak zou (te) dik aan het lichaam kleven volgens Orpheus. De gesproken mensentaal maakte hem doof voor de andere twee ruizen.

Hesse schrijft het volgende over onze taal:

''Woorden doen afbreuk aan de verborgen zin, direct wordt alles immers een beetje anders wanneer het eenmaal uitgesproken is, een beetje vervalst, een beetje onzinnig ja, en ook dat is heel goed, en ook dat vind ik prachtig, ook daarmee ben ik het helemaal eens, namelijk dat wat voor de ene mens de hoogste wijsheid is, de andere altijd als dwaasheid in de oren klinkt.'' 
Herman Hesse in: Siddharta. Pg. 183

De woorden zullen wel om ons mensen lachen. Ze kunnen ons veel zeggen en tegelijkertijd kunnen ze ons veel ont-zeggen. Hoewel ze uit de mond komen, hebben woorden macht in handen. Maar wij mensen zijn degene met déze handen en kunnen besluiten wat met deze handen te doen. Leggen we onze handen op onze oren om het stromen van ons bloed daarin te horen, zwaaien we naar de sterren boven ons of schudden we met deze hand de hand van de jarige buurvrouw om haar te feliciteren?

Uit de Lucht
Luister, 
het is goed zo-
Zo- zoals het nu is. 
Luister maar, 
je zal het wel horen. 





maandag 4 oktober 2021

Boei 3.1

We luisterden naar de man die ons drie dadels gaf.

Of we gratis koffie wilden, vroeg een van de mannen die in een groepje voor de moskee stond terwijl wij voorbij lopen. De man wijst naar de kleine koffietruck en spreekt vervolgens de barista aan, waarop de barista ons vraagt wat voor koffie het zou mogen zijn.

De vrijgevige man vertrekt weer. We drinken onze koffie op tussen de andere koffiedrinkende islamitische mannen. Een van hen spreekt ons aan en geeft mij dan drie dadels in een klein transparant doosje. De dadels refereren naar de naam van de school die ze aan het oprichten zijn in deze buurt, zo vertelt hij. Echter, de dadels dienden op dit moment niet zozeer voor het informeren over de school, het was meer een opening voor het leggen van contact.

De man heet Abdul-Karim: dienaar van de edele.
Hij vertelt over de kern van zijn geloof: het geloven in de enige God en in niks of niemand anders. Na wat nieuwsgierige vragen vertelt hij al gauw uitgebreid over hoe hij zijn eerste bedevaart naar Mekka heeft ervaren: de witte doeken, het slapen in tenten, zeven steentjes, de uitputting van het lopen, de hitte en zeven rondjes om de zwarte steen- de zwarte steen die zwart is door de zonde van de mens. 

Met aandacht luister ik, zowel naar de woorden als naar het hele moment.

De woorden hebben vooral mijn aandacht. Het zijn woorden uit een voor mij onbekende wereld waarvan nu de deur openstaat. 

Al luisterend naar het moment zie ik in eerste instantie de stralende ogen voor mij staan. De ogen vertellen van plezier. Het moment is groter dan de nabijheid van de driehoek die we hier vormen op straat. De omgeving zit vol met beweging. Ik bemerk het afscheid van de groep koffiedrinkende mannen die uiteengaan en later ook de barista die ervandoor rijdt. Op straat zijn er lopende en fietsende voorbijgangers. Dan steekt er nog een oude man over, al steunend op een wandelkruk waar een theedoek omheen is geknoopt en naast hem een oude vrouw. Ze nemen plaats op het bankje in de speeltuin achter ons en vertrekken na een tijdje weer richting huis. Heel voorzichtig steken ze de straat weer over. Als je heel goed luistert hoor je niets minder dan de afstand tussen jou-zelf en hetgeen.

Abdul maakt ons duidelijk dat hij veel waarde hecht aan de waarheid, de bron. Hij probeert altijd weer terug te keren naar het woord in de koran of naar de woorden in de overleveringen.

De tijd voel ik verstrijken. De motregen laat mij wat verkleumen. De drie dadels in het vierkante doosje had ik al die tijd nog in mijn handen, net als het papierenkoffiebekertje waarvan de bodem nog wat bedekt is met melk- melk die blijkbaar liever op de bodem bleef dan naar mijn mond kwam. Zowel de dadels als het koffiebekertje doe ik dan met mijn handen in mijn jaszakken zodat ik toch nog wat warmte blijf behouden. De kou en de grote hoeveelheid woorden die Abdul nu gebracht heeft zorgen ervoor dat mijn wil tot het luisteren langzaam wegtrekt. We staan hier minstens een dik uur, dat kan niet anders. Onder ons driën zie ik dat de stoep droog is, alsof het mee zat te luisteren. De rest van de stoeptegels zijn nat geregend, het kon hen waarschijnlijk niets schelen wat er gezegd werd. 

Het gesprek loopt langzaam naar het afscheid. Abdul laat weten dat we altijd welkom zijn de moskee binnen te stappen en dat er iemand zal zijn die een rondleiding kan geven. 


Uit de Lucht
Hij wilde heel veel zeggen.
Ik wilde heel veel horen. 
Hij praatte. 
Ik luisterde. 
Het moment fluisterde. 


Boei 3.0

 


We luisterden naar de man die ons drie dadels gaf.

-daar stonden we-
Met z´n driën,
op de hoek van zijn moskee.
De man vertelde over zijn geloof.
We luisterden.
Het regende. 


vrijdag 1 oktober 2021

Boei 2.3






                                                                                          
waar u bent
daar bent u

waar u vertraagt
daar vertraagt u.



 

dinsdag 28 september 2021

Golf

 

af - en - toe
afstand is een toestand
van het opnieuw de dingen raken.






Boei 2.2

Door te vertragen begaf ik mij even in de woordeloze wereld van de natuur.

Deze zwijgende wereld heeft geen ogen, het leeft zonder zichzelf te zien. In het boek Inleiding tot de verwondering haalt Verhoeven een vers aan van Angelus Silezius.

      • ‘‘Die Ros' ist ohn' Warum, sie blühet weil sie blühet. De roos heeft geen waarom, omdat zij bloeit; haar bloei is haar grond en haar waarom, de enige maatstaf van haar bestaan.''
        Cornelis Verhoeven in: Inleiding tot de verwondering. Pg. 172

Het is een woordend zwijgen van de roos en tegelijkertijd een levend spreken. In tegenstelling tot de roos, is de mens zich sterk bewust van zijn Zijn in de wereld. Wij mensen hebben namelijk ons excentrisch vermogen. Helmuth Plessner bracht dit begrip in de wereld, met als uitleg dat wij mensen onszelf buiten ons innerlijk centrum kunnen zetten. Wij bloeien niet zonder waarom; we reflecteren en bevragen onszelf continu. De roos van Verhoeven reflecteert niet, de roos is - vanzelfsprekend. De roos leeft vanuit zijn centrische positie. 

Van-zelf-sprekend
Stil.

Naast de stilte die het vertragen bood, leidde het tot een andere manier van kijken. Ik kan mij
vinden in de woorden die Verhoeven hieraan geeft onder het begrip ‘beschouwen’.

      • ''Het beschouwen is het denken dat het ding laat zijn wat het op dat moment is. Het is een onkritisch, lyrisch waarnemen. Het is een zien, alleen maar een zien met een wakker geworden oog. Het beschouwende oog raakt de dingen niet, maar laat ze in hun wezen.''
        Cornelis Verhoeven in: Inleiding tot de verwondering. Pg. 178
‘Lyrisch waarnemen’, schrijft Verhoeven. In het lyrische zit een stukje bevlogenheid waar ik mij in eerste instantie wat ongemakkelijk bij voelde. Door te vertragen voelde ik mij een rare wereldbewonderaar. In hoeverre wordt de mens in zijn leven aangemoedigd tot vertraging of tot lyrisch beschouwen? Ik weet het niet hoor, maar gezien mijn ongemak heb ik zelf blijkbaar de aanmoediging nooit zo expliciet gevoeld. Hoe is dat voor u?

 Verhoeven schrijft als volgt verder:

      • Als de roos bloeit, omdat ze bloeit, wil het oog daar alleen maar getuige van zijn zonder in te grijpen in de identiteit van de roos met zichzelf, zonder vooruit te grijpen naar vrucht, volwassenheid en zaad.’’ 
        Cornelis Verhoeven in: Inleiding tot de verwondering. Pg. 178
Wat als u het eens probeert? Tijdens het lopen even vertragen of zelfs even helemaal stilstaan. Met uw ogen de wereld aanraken zonder deze te willen veranderen. Je weet niet wat je overkomt. U zult nog verwonderd staan.. Als ik niet oppas citeer ik nog heel Verhoeven’s boek. Toch, dit stukje over verwondering, wil ik hier graag kwijt:

      • ''Trefzeker zegt onze taal dat iemand verwonderd ‘staat’. Dat is veelbetekenend. Het staan als stil-staan is het ophouden met bewegen, ontwerpen, ingrijpen. De uitdrukking ‘verwonderd staan’ veronderstelt dus een actief leven, dat plotseling wordt onderbroken en afgeremd. De verwondering wordt gesitueerd temidden van een beweging. Voor en na de verwondering is er de beweging, die de ‘gewone’ toestand is. Mensen zijn, zo lijkt het dus, op de eerste plaats bewegers en werkers. Het stilstaan is ook ophouden met spreken; in de stilte komt het anders-zijn van de dingen aan. Het moet worden beluisterd om te worden vernomen en er bestaat dus ook een mogelijkheid het niet te vernemen door het zelf te overstemmen.''
        Cornelis Verhoeven in: Inleiding tot de verwondeirng. 
        Pg. 42

Verwonderd staat u stil, wanneer u luistert en hierbij uw eigen geluid niet overstemt. Om verwonderd te kunnen komen staan, is er volgens Verhoeven een minimum van aandacht nodig en een belangeloosheid. Vertraging kan u deze aandacht schenken en belangeloosheid vindt u in de vers over de roos. Wat u kunt doen, is het gewoon te proberen; loop bijvoorbeeld héél langzaam door de supermarkt op zoek naar uw boodschappen of loop vertraagd naar de brievenbus.  Het voelt wellicht wat onmenselijk, toch kan het ook waardevol zijn.

Denkt u geen tijd te hebben? Neem dan de volgende woorden van Bergson in gedachten en vraag het uzelf dan nog eens.

      • ‘We leven niet zozeer in de tijd en we hebben niet alleen veel of weinig tijd, ‘we zijn ook tijd’.

Het is aan u.

zaterdag 25 september 2021

Boei 2.1


Ik sprak met mezelf af: vanaf hier - tot het einde van de weg, loop ik langzaam.
Zeker vier al dan niet vijf keer langzamer dan ik gewend ben. Ik zal vertragen.


De bomen blijven staan en ook ik blijf nu staan, zo lijkt het dan.
Stap voor stap kom ik maar heel langzaam vooruit. Werkelijk een wereld van verschil. De bomen heten mij welkom in deze wereld. Het gras wuift mij naar mij. Ik durf niet terug te wuiven. Het warme ontvangst moet ik even op mij laten inwerken. Het is eng, het is nieuw. Deze wereld is een wereld zonder ogen, het leeft zonder zichzelf te zien.

Ik zoek mij een houding. Al is deze weg rustig, toch kom ik een aantal mensen tegen. Waar laat ik mijn ogen vallen? Ik zoek naar een manier hoe ik mij toch nog op een normale wijze kan gedragen. Ik beeld mij namelijk zo in dat deze mensen vraagtekens hebben bij de vertrageling die ik hier ben. Gewoon langzaam lopen voelt alles behalve gewoon. Alsof ik de wereld nog niet eerder zou hebben gezien. Een rare wereldbewondeRaar?! Ik zet de vraagtekens zelf bij de mensen in het hoofd. Wie weet denken de mensen alleen maar aan hun eigen leven, dat ze nog een afspraak moeten maken bij de kapper. En daarnaast, onzekerheid nergens voor nodig, ik heb reden tot vertraging: de wereld die mij nu zo verschijnt heb ik namelijk nog helemaal niet gezien. Al denk ik vaak dat ik het allemaal wel ken, op het moment van het zien is alles nieuw.

Zonnestralen vallen zomaar. Het water loopt naast mij, tegengestelde richting op: het is een blijvende ontmoeting.

Wanneer ik weer alleen ben op de rechte weg kan ik mij opnieuw concentreren op het lopen. Op dat moment heb ik het welkom van de bomen en het gras kunnen ontvangen. Even ben ik deel van de zwijgende-wereld. Het gras is niet langer meer gras: het zijn tal van verschillende grassprietjes. De boom is in deze wereld niet de boom: het zijn kronkelende vormen en groene kleuren. De koeien kijken mij met grote ogen aan; zij zijn niet deel van de zwijgende-wereld, maar kunnen deze wereld wel verstaan, zo concludeer ik dan. Zij staan namelijk stil op de aardegrond. Het kan niet anders dan dat ze luisteren naar het wuivende gras, de vallende zonnestralen en het wandelende water. Toch, ook zij hebben ogen: zij zien en worden gezien.  

Mijn voetstappen laat ik vallen. Mijn benen worden door het leven vooruitgeschopt. Het leven laat mij lopen. Als ik mij overgeef laat het leven mij sneller lopen. Zo langzaam als ik loop, loopt het niet menselijk. Mensen zijn passanten op deze wereld, net als de koeien. Wij passanten, voorbijgangers, leven in een rapper tempo dan de bomen. De bomen zullen het wel begrijpen. Wij mensen hebben haast. We willen iets van het leven zien of het is het leven dat ons iets wil laten zien. De bomen hebben de tijd wel, en dat weet het leven.


Uit de Lucht
Er rijdt een vrachtwagen voorbij.
De bomen zwaaien en blijven zwaaien-
totdat de wagen terugkeert
en aan de bomen zal vertellen wat het gezien heeft.
Daar waar de bladeren niet kijken konden, de wagen wel rijden kon.
-ach was de wagen vergeten te vragen- wat de bladeren vandaag allemaal zagen..



dinsdag 21 september 2021

Boei 1.3





  Wachten op de man met de rode jas (1)


Uit de Lucht
Wacht, sla acht
op de lach die er is.
Wacht, sla zacht
op het moment dat je het mist. 


 



Wachten op de man met de rode jas (2)

----------------------------------------------------
Wachten op de man met de rode jas (1) en (2)
Hij die je weet en hij die je vergeet.
----------------------------------------------------


Wachten doe je eenvoudig op bankjes. 

Wanneer u zin heeft kunt u hetzelfde gaan doen.
Zoek twee gelijk gezielde plekken op in uw omgeving: 
Daar waar mensen zich begeven en daar waar u alleen bent. 
Wacht op beide plekken op de man met de rode jas. 






zaterdag 18 september 2021

Boei 1.2

Tijdens het wachtte ervaarde ik ongeduld: ik voelde mij verveeld en wilde het wachten daarom opheffen. Tijdens het wachten was ik ook verwonderd: ik stond open voor de wereld om mij heen. Deze twee toestanden wisselden elkaar af tot het moment dat ik uiteindelijk het wachten ophief.

Cornelis Verhoeven schrijft dat we de wachtenden kunnen opdelen in die van de ‘wachtenden in de rij’ en die van de ‘wachters’. De eerste groep is de wetende groep- zij weten waar zij op wachten. Zij die in de rij bij de kassa staan te wachten, wachten niet op het onbekende dat uit het plafond kan vallen, maar op hun beurt de boodschappen te betalen. De andere groep wachtenden noemt Verhoeven ‘de wakkeren’. De wakkeren weten niet waarop zij wachten. Samen met deze onwetendheid zijn zij vol aanwezig in het moment en staan zij open voor het onbekende.

      • 'Ons bewustzijn bestaat bij de gratie van zo'n wakkerheid voor de wereld; en wijze mensen zeggen dan ook dat het hele leven wachten is, gericht op de gelegenheden die het moment ons zal geven en op wat de toekomst ons ook zonder eigen toedoen aan verrassingen zal brengen. Wij leven in een levenslang uitstel en in voortdurende afhankelijkheid van machten die wij niet kennen.'
        Cornelis Verhoeven in: Dierbare woorden. Pg. 467

Volgens Verhoeven zou ik mij dus hebben verkeerd in fases van onwetendheid wanneer ik mij verwonderde tijdens het wachten. Niet langer was ik dan gericht op het verstrijken van de tijd, maar op de omgeving om mij heen.

      •  ‘In verwondering verliezen wij onze greep op de wereld.’ 
         Cornelis Verhoeven, in: Dierbare woorden. Pg. 468

En ja, dan verloor ik mij greep op de wereld. Het was niet langer de werkelijkheid die in de boeken beschreven wordt of op het terras besproken wordt. Niet langer zag ik de regendruppels als water, maar ik fantaseerde over het gesprek dat ze zouden hebben met het Huis.

Wanneer ik meende te weten waarop ik wachtte, namelijk het stil worden van de wolken, ontstond, zo blijkt, de verveling. De tijd voelde ik inefficiënt verstrijken. 

      • Het weten maakt het uitstel tot een loze ruimte waarvan alleen verveling te verwachten is. Het is moeilijker ons passief en duldzaam te gedragen tegenover machten die wij menen te kennen dan een afwachtende houding aan te nemen tegenover de superioriteit van de anonieme werkelijkheid en de ondoorgrondelijke wetten van de natuur of het lot zonder te weten hoe en waarom. Het waakzame wachten lijkt zijn beschouwelijke puurheid te ontlenen aan de machteloosheid van de beschouwer. Cornelis Verhoeven, in: Dierbare woorden. Pg. 467

Joke Hermsen heeft een boek geschreven genaamd 'Stil de tijd.' Beschouwend schrijft ze over het gedachtegoed van verschillende denkers. Bij het definiëren van 'wachten' citeert ze de filosoof Blanchot. Blanchot gaat terug naar de oorsprong van het woord en zegt: 

      • 'Wachten (attente): het vrijleggen van een ander soort aandacht (attention) die zich niet op het reeds bekende van de verwachting richt, maar op het onbekende, het onverwachte, het nog niet ingevulde.’
        Blanchot geciteerd door Joke Hermsen, in: Stil de tijd, pg. 256.

De oorsprong van wachten (attente) wat Hermsen aanhaalt, valt onder wat Verhoeven beschrijft als de wachtende ‘wakkeren’, de onwetenden. Hermsen haalt dan nog een andere denker aan, Weil. Ook zij beschrijft de wakende wachter, hij/zij die zonder stelling naar de wereld kijkt doordat het wachten hem/haar leegmaakt. Hier zou volgens Weil ook de menselijke waardigheid liggen, omdat het ego wegvalt. 

      • ‘in het wachten, schrijft Weil, komen we pas tot een werkelijke aandacht voor de wereld, omdat we tijdens het wachten langzaam leeggemaakt worden van onszelf, onze begrensde en van anderen afgescheiden identiteit staat dan niet langer als obstakel tussen ons en de wereld. Joke Hermsen, in: Stil de tijd, pg. 258.

Wachten heeft twee zielen, net zoals alles twee zielen heeft (?)
Menen we te weten waarop we wachten of zetten we onszelf onder de grootsheid van het mysterie; het bepaalt hoe we de wachttijd ervaren.  

Etty Hillesum schrijft op 25 september 1941 het volgende in haar dagboek. 

      • ‘Je moet de dingen nu eenmaal laten zijn voor wat ze zijn en ze niet tot onmogelijke hoogte willen opschroeven en wannéér je ze laat zijn voor wat ze werkelijk zijn, dan eerst ontplooien ze hun werkelijke waarde. 
        Etty Hillesum in: Het verstoorde leven. Pg. 51

Verhoeven, Weil en Hermsen zullen het wel met haar eens zijn denk ik zo. 
Wachten is jezelf overgeven.


vrijdag 17 september 2021

Boei 1.1


Geduld begint aan mijn mouw te trekken.

Een oefening in het wachten - 'tot de wolken stil zijn'.
Ik schreef in de tussenpozen van het wachten.
Al schrijvende wachtte ik niet, al kijkende deed ik dat denk ik wel. 
---------------------

Regendruppels vallen. De inhoud van de wolken stort zich op en rond mij uit. Ik voel de regen in mijn haar kruipen. Ze kruipen vanaf mijn kruin en dan maken enkelen een tweede val naar mijn nek. Die tweede val zal wel meevallen: de afstand van hoofd tot nek is vele malen kleiner dan de afstand wolk tot hoofd.

Ik heb gepoogd onder de blote hemel te blijven staan, maar het wachten heb ik niet uitgehouden: de wolken waren nog vol toen ik met mijn camera onder de hemel vandaan vertrok. Het wachten wilde ik vastleggen op beeld, juist dat legde mij misschien uiteindelijk wel vast- de camera die vroeg om onderdak. Ik had terug de regen in kunnen gaan, maar deed het niet.

Onder het dak van het open tuinhuisje wacht ik nu verder. Het duurt voort. Voor de lucht zal het wel een hele opluchting zijn zo. De zwaarte laten vallen. De lucht zal strakjes doorgaan als wandelaar zonder rugtas. Bevrijd van het gewicht. Als ik daar nou nog zou staan, daar zo buiten, zou die zwaarte dan niet helemaal in mij gekropen zijn? Het zou mij vast koud maken. Wat zou ik ermee opschieten? Ik zal het nu niet weten. De rest van de buitenwereld is vol ervaren, zij weten. Als mens ben ik dan toch maar een beginneling.

De wolken zijn nog steeds niet stil. De lucht spreekt van regen. Zij zijn niet mét elkaar in gesprek, zij zijn dezelfde stem. Ik kijk voor mij uit en zie daar het huis. Het huis is stil. Als achtergrond biedt het ruimte aan wat zich op de voorgrond afspeelt. De rode bakstenen luisteren zwijgzaam naar het vallen van de regen. Ze verroeren zich niet. Vast, besloten en gesloten staart de eenheid voor zich uit. De regen doet mij veel sympathieker overkomen. De regen beweegt en durft van vorm en snelheid te veranderen. Je moet het maar durven. Het huis denkt er niet aan- droomt er misschien van. Dan lees ik ineens toch wat nieuwsgierigheid af: het raam staat op een kiertje. Zit het huis dan toch heel voorzichtig te praten met de regen?

Het vallen van de regen lijkt te verstommen. Zouden de wolken nu eindelijk leeg zijn?
Nee- er wordt nieuw leven in geblazen- de hevigheid neemt weer toe. Geduld begint aan mijn mouw te trekken: of het niet tijd wordt om te gaan?- het wachten op te heffen. Ik zoek mezelf een houding om het wachten te dragen zonder dat ik verval in een andere activiteit dat niet Wachten is. Ga ik liggen, zou ik uitrusten- zou ik in afwezigheid vallen. Zittende houd ik mezelf hier aanwezig. Misschien heeft het wachten die vraag wel permanent in zich: de vraag naar het veranderen van positie om daarmee afgeleid te worden, te bewegen- het onwetende verloop van tijd tot nul te reduceren. 

Mijn blik gaat terug naar het huis. Waar ik de kwetsbaarheid van de regen kon waarderen, kijk ik nu ook met eenzelfde ogen naar het huis. Aan de bovenkant van het huis zie ik een dakgoot. De desinteresse van het Huis naar de Regen is blijkbaar kleiner dan aanvankelijk aangenomen. De bakstenen deden somber aan, maar kijk ik naar boven: zie ik daar de dakgoot. Het staat open voor contact. De dakgoot brengt de regendruppels samen en laat ze stromen. Op dat moment spreekt mijn blaas en vraagt om het toilet. Genoeg gewacht zo. 



donderdag 16 september 2021

Boei 1.0


Wachten tot de wolken leeg zijn


Het maakt wel wezenlijk verschil waarop je wacht.
Ik wachtte buiten op de wolken, op het moment dat ze stil en leeg zouden zijn.


Uit de Lucht
Voor het geval dat ik val,
kijk ik hoe de regen valt.
Het zal wel meevallen.

dinsdag 14 september 2021

Boeien

De woorden* van Etty lichten weer even in mij op. ‘Mentale hygiëne’ schrijft ze, de boel innerlijk wat organiseren om niet ten onder te gaan aan de grootsheid van de zee.


Mijn vindtocht zal ik daarom op gaan delen in kleine stukjes. Focuswoorden zullen gelden als boeien in de zee die ik bevaar en ervaar. De route van de betekenis van het hier-zijn zal ik zo voor ogen houden.

Hieronder dan het drietal boeien,- ze zijn niet verankerd: wie weet veranderen ze nog van identiteit, of wie weet moet ik na het zien van de ene boei pas de volgende willen zien. We zien wel. Voor u als lezer te weten: de drie boeien zijn ontstaan uit associaties die ik had met 'hier (een beginneling) te zijn'.

Sidenote: als deze vindtocht u niet logisch in de mond klinkt (huh?) - Juist ja! (Als u het proces niet kan volgen) Laat het mij dan weten. Het is dan wel mijn vindtocht, toch streef ik ernaar het voor de ander inzichtelijk te maken. 

De boeien: 

Boei 1: wachten
Boei 2: vertragen
Boei 3: luisteren

We zullen gewoon gaan beginnen met vinden bij boei 1. 


En dan zal ik als volgt te werk gaan:

Boei 1.0: het Zijn- ervaren van het focuswoord, de boei. 
Boei 1.1: het beschouwen: onder woorden brengen van de ervaring.
Boei 1.2: het analyseren: reflecteren en in context brengen van de beschouwing.
Boei 1.3: het teruggeven: verhouden tot het leven.

Ten slotte, in de zee zijn er golven. Ik zal ze hier beschrijven of laten zien wanneer ik betekenisvolle momenten ervaar waarop het Hier-zijn zich aan mij toont. 



*In de vorige post vond u deze woorden van Etty:

      • ‘Van de concretisering der grote vage ideeën moet je het niet hebben. Het kleinste, onbenulligste opstelletje, dat je neerschrijft is belangrijker dan die vloed van grootse ideeën waar je in zwelgt. Natuurlijk houd je je Ahnungen en intuïtie, dat is een bron, waaruit je put, maar zorg er voor dat je niet in die bron verzuipt. Organiseer de boel een beetje, bedrijf wat mentale hygiëne. Je fantasie, innerlijke emoties enz. is de grote Oceaan, daaraan moet je kleine stukjes land ontworstelen, die wel weer eens overstroomd zullen worden. Zo’n Oceaan is zeer groots en elementair, maar het gaat om de kleine stukjes land, die je daarop weet te veroveren. Houd het vasteland voor ogen en blijf niet machteloos spartelen in de Oceaan.’
        Etty Hillesum in: Het verstoorde leven. 2021. Pg. 7

maandag 13 september 2021

Roze eekhoorn

:Vinden, dat ben ik dus van plan te gaan doen.
(Vinden wat het betekent om hier te zijn.)

Óm te vinden, wil ik mij volledig vrij voelen, in zoverrre dat mogelijk is.
Daarom leg ik op tafel: het verlangen van mijn Vindtocht. Met het bewustzijn van het verlangen poog ik het 'zoeken' verder uit schakelen. 


Een roze eekhoorn
--------------------------

Hierboven het tafelblad met daarop het verlangen: een roze eekhoorn.
Het zit te springen in mijn buik en dan rent het weer naar mijn hoofd. De roze eekhoorn laat mijn bloed sneller stromen. De extra zuurstof die in omloop is maakt het mij onmogelijk om in slaap te vallen. De roze eekhoorn fluit vrolijk. Hij wil het leven op zijn kop zetten: bestaande gedachtes en systemen onderuit halen.

Mijn verlangen gaat uit naar het vinden van de roze eekhoorn onder het donkergroene woelige mos. Ik weet het zeker: de roze eekhoorn zal de wind van vrijheid laten waaien. De wind zal de tijd doen vertragen. De Bergen zullen fluisteren naar het Dal dat het wel goed komt. De roze eekhoorn opent de dialoog. Men zal gaan praten over het wonder, het leven. Men zal luisteren naar elkaar en men zal elke dag met een eerlijke buiging de zon groeten. De dingen zijn er niet voor ons om te aanschouwen, wij zijn er om de dingen te aanschouwen.

Van het Grote Verlangen word ik terug geslingerd naar een korreltje grind in mijn schoen:

      • ‘Van de concretisering der grote vage ideeën moet je het niet hebben. Het kleinste, onbenulligste opstelletje, dat je neerschrijft is belangrijker dan die vloed van grootse ideeën waar je in zwelgt. Natuurlijk houd je je Ahnungen en intuïtie, dat is een bron, waaruit je put, maar zorg er voor dat je niet in die bron verzuipt. Organiseer de boel een beetje, bedrijf wat mentale hygiëne. Je fantasie, innerlijke emoties enz. is de grote Oceaan, daaraan moet je kleine stukjes land ontworstelen, die wel weer eens overstroomd zullen worden. Zo’n Oceaan is zeer groots en elementair, maar het gaat om de kleine stukjes land, die je daarop weet te veroveren. Houd het vasteland voor ogen en blijf niet machteloos spartelen in de Oceaan.
        Etty Hillesum in: Het verstoorde leven. 2021. Pg. 7

De woorden van Etty zijn mijn dierbaar, zo ook mijn roze eekhoorn. Beide verdienen gehoord te worden. Laat ik de roze eekhoorn een papieren bootje meegeven, dan zal hij het wel redden. Wel zal de roze eekhoorn voorzichtig moeten zijn. Het papieren bootje is het begin, daarmee gaat het de zee vol moed in. Zonder het eerst door te hebben, blijkt het bootje, het begin, mij dierbaarder dan verwacht.

Uit de Lucht
Tringelingeling
mandarijn, zonneschijn, porselein-
Mag ik uw beginneling zijn?
:vliegeren met de tijd en dansen met het resultaat,
ik ben uwe beginnende kandidaat.
Pootje baden in het bestaan-
Mag ik het einde laten gaan?

Tringelingelijn,
mag ik een beginneling zijn?

zaterdag 11 september 2021

Zoeken en vinden

 - al die mensen, al die wensen -
Weet jij waar je bent?


Zelf weet ik het ook niet hoor. Ook ik doe maar een poging. Het is niet aan u om mij serieus te nemen, het is aan mijzelf dat te doen, anders kan ik niet schrijven. Het zijn woorden die hier staan. Dienende woorden en/of bedienende woorden. Je kan en mag ze als dienblad zien, ofwel als de thee die geserveerd wordt vanaf het dienblad. Het een is net zo waarachtig als het ander. De woorden zijn er in ieder geval om te communiceren. Voor nu communiceren ze een start, maar voor u het weet lopen de woorden naar het beschrijven toe van de ontdekkingen die komen gaan. Ontdekkingen uit het onderzoek dat voor mij ligt. 'Wat betekent het hier te zijn?'

 

      • Wanneer iemand zoekt, zei Siddharta, dan kan het licht gebeuren dat hij alleen oog heeft voor hetgeen hij zoekt, dat hij zichzelf niet toestaat om iets te vinden, verblind is omdat hij alleen maar aan datgene denkt waarnaar hij op zoek is, omdat hij een omschreven doel heeft, en van dat doel bezeten is. Zoeken betekent: een doel hebben. Vinden daarentegen: vrij zijn, open staan, geen doel hebben.   
        Herman Hesse, in: Siddharta. 2014. Pg. 176

 

Men zoekt al een hele tijd lang. Nu is de tijd gekomen dat ik heel concreet op eenzelfde punt sta. Er wordt mij gevraagd een onderzoek te starten, wat inhoudt: een vraag formuleren > deze op te delen in subvragen > een onderzoeksopzet opstellen en ten slotte een plan van aanpak te fabriceren om daarmee de antwoorden uit de wereld te vissen en mij daarmee te verhouden tot andere Wetende. Het heeft mij altijd heel vooruitstrevend in de oren geklonken. Welwillend stond ik met mijn vraag op de stoep, totdat ik me ineens bedenk: om een echte onderzoeker te zijn moet ik niet gaan zoeken,- Ik moet eronder kijken: ónder het zoeken.

Uit de Lucht
Onder-zoeken
-dat doe je niet boven
-dat doe je beneden.
beneden zullen we vinden wat we boven niet zochten.
beneden zullen we horen waar we boven niet naar luisterden.
Beneden sta je onder het zoeken,
- daar heb je het antwoord gevonden. 
het Vinden.   

                                                           

Ik ga vinden wat het voor mij betekent om Hier te Zijn.
In eerste instantie is het een vraag naar de betekenis. In tweede instantie naar het Hier-Zijn.
Beide aspecten samen, vraagt de vraag om geleefd te worden.

Wat het voor ú betekent om hier te zijn, dat mag u zelf gaan uitzoeken- o, daar ga ik al, ik bedoel: dat mag u zelf gaan uitvinden, want wie ben ik dat u te vertellen? We kunnen elkaar op de hoogte houden van onze vindtocht. Wees welkom mijn vindtocht hier mee te beleven,- graag zelfs. 
Laat uw gedachtes, vragen of waarnemingen klinken, dan vinden we samen verder.

<>


 

Een andere eekhoorn

De roze eekhoorn zit te wachten op een andere eekhoorn die voorbij vaart. Wachten op herkenning, om dan vertrouwd verder te varen met de and...