Ze weten wat ze voelen voor het ogenblik.
dinsdag 19 oktober 2021
Boei 4.3
Ze weten wat ze voelen voor het ogenblik.
Vogel
omdat het vallen zo mooi omschreven wordt, door Joost Baars in 'Binnenplaats'.
THEOLOGIE VAN DE STOEL
omdat de stoel niet samenvalt met de naam van de stoel
omdat de naam van de stoel alles wat niet stoel is aanwezig stelt
omdat onder de naam van de stoel het universum in zijn geheel bestaat uit
wat wel en niet stoel is
omdat het noemen van namen een daad is
gaan zitten bijvoorbeeld
omdat gaan zitten de naam van de stoel bevestigt
en daarmee alles wat niet stoel is
en daarmee het universum onder de naam van de stoel
omdat de wet van het universum eindeloos vallen is
omdat lichamen vallen
omdat onder de naam van het lichaam alles voorbij het lichaam aanwezig
wordt gesteld
omdat ons bestaan belichaamd is
omdat ons belichaamde zijn het noemen is van een naam
omdat niemand zijn eigen lichaam benoemt
en onder de naam van het lichaam het vallen
besloten ligt
omdat elke zoon een gebroken zoon voortbrengt
omdat taal ons bewoont en ontvalt
bevallen het eindeloos vallende lichaam zijn naam geeft
omdat in bevallen de naam van het vallen besloten ligt
omdat de naam van het vallen alles wat niet vallen is aanwezig stelt
omdat het vallen niet samenvalt met de naam van het vallen
omdat onder de naam van het vallen het universum in zijn geheel bestaat
uit wat wel en niet vallen is
omdat vallen de wet van het universum is
omdat het eindeloos vallen materie voortbrengt
stoelen bijvoorbeeld
omdat onder de naam van de stoel het eindeloos vallen vraagt om een
naam
omdat een naam je ontvalt als een antwoord
als je gaat zitten
als je je zoon in je armen neemt
omdat de gebroken zoon een verrezen zoon in je mond legt
heilig zij zijn onwettige naam
zaterdag 16 oktober 2021
Boei 4.2
Alles zal op zijn plek vallen.
De roze eekhoorn start zijn weg naar Boei 4.2 en vist voor het vertrek nog enkele
woorden uit het water rond Boei 4.1. Zoals je dat van de roze eekhoorn verwachten
mag, doet hij dat met eerbied naar de zee. Al vissende zingt hij een wijsje, zodat
alleen de woorden in de buurt zullen zijn die gehoord willen worden en de rest
mogelijkheid heeft weg te vluchten voor de vraag van de hengel.
De vangst:
Wedstrijd. Aanraking. Afstand. Verantwoordelijk. Gehoorzaam. Revolutie.
Vallen
Het leven is een vrolijk spel zonder verliezers.
Het leven is de aanraking van de voeten van de mens op de aarde.
Zodra we zeggen te vallen is het een afstand die ons overvalt.
Alsof we verantwoordelijk zouden zijn en-
alsof we gehoorzaam zouden moeten zijn.
Het zou een revolutie zijn het vallen te verwelkomen.
/
- De reden waarom we het zo pijnlijk vinden om zomaar iets weg te geven of te
ontvangen, is dat we in schaarste geloven. Er is maar zoveel en dat is zeker
niet genoeg voor iedereen, dus zorg er voor dat jij een zo groot mogelijk deel
krijgt en ga er bovenop zitten. Sloten op de deur, hoge muren, kluizen,
alarminstallaties, verzekeringen, politie, legers, gevangenissen, we doen er
alles om ons tegen de schaarste te wapenen en vast te houden wat we hebben.
Maar de vraag is of er schaarste bestaat in de natuur.
Willem de Ridder in: Handboek spiegelogie. Pg. 136
A: jezelf inpakken met vele lagen aan bubbeltjesplastic
B: heel voorzichtig op je tenen door het leven lopen.
Het bubbeltjesplastic zal je val verzachten en op je tenen zal je minder snel tot de val komen. Beide opties zijn voorzichtig.
Uit de Lucht
Voorzichtig
heel even kijken
naar wat er straks zal kunnen gebeuren.
Voorzichtig
heel even kijken
wat ik kan doen om niet die oen te zijn.
-
Het is het voor-zicht van de Voorzichtigen
dat de toekomst aangenaam zou moeten maken.
Maar pas op
voor de Voorzichtigen.
Doordat ze ver voor zich kijken zien zij niet wat ze achter zich laten;
Hier te zijn.
-
Het leven dat niet te controleren valt,
niet te wijzen valt.
Zo valt de Voorzichtige van de trap met een onweten.
Weet je voorzichtig te verlossen
van het voor-zicht.
Naast
optie A en B is er nog een optie C: je geloof in schaarste laten varen. Het
roze konijn zal het wel de weg op zee willen wijzen als je het hem lief vraagt.
De vraag is of je het roze konijn durft aan te spreken. Zoiets onbekends naderbij
komen is niet altijd gemakkelijk.
/
- U bent zo jong, in het leven nog zo onervaren, dat ik u, mijn beste, zo goed
ik kan zou willen vragen geduld te hebben met alles wat in uw hart nog niet tot
een oplossing is gekomen en te proberen de vragen zelf lief te hebben als voor
u niet toegankelijke kamers en als boeken die in een volkomen onbekende taal
zijn geschreven. Zoek nu niet naar de antwoorden die u niet gegeven kunnen
worden, omdat u niet in staat zou zijn ze te leven. Leef nu uw vragen.
Misschien leeft u dan gaandeweg, ongemerkt, op een dag in een ver verschiet het
antwoord binnen.
Rainer Maria Rilke in: Brieven aan een jonge dichter. Pg. 21
Volgens de mythe van het Vallen zou het ons weghouden van het ware Succes en Geluk. Succes & Geluk is waar we als mensen naar graaien. Liever heb ik het nu dan later. Later voelt namelijk aan als Nooit- het is niet nu en nu is eeuwig.
De tijd zit er tussen, een gevoel van haast. Rilke adviseert in zijn brief naar Kappus tot overgave aan het leven: het leven geduld te schenken. In de overgave zit een val. Een vrije val. Het leven is niets meer of minder.
- In feite is de enige moed die van ons wordt verlangd: het moedig zijn
tegenover het vreemdste, wonderlijkste en ondoorgrondelijkste dat ons kan
overkomen.
Rainer Maria Rilke in: Brieven aan een jonge dichter. Pg. 44
Feitelijk is dat mooi gezegd, meer praktisch is het door Etty beschreven.
- [5 sep 1941] Ik moet echt een beetje eenvoudiger worden. Me iets
meer laten leven. Niet nu al resultaten willen zien van mijn leven. Ik moet
maar ineen hurken in een hoekje op de grond en zo in elkaar gedoken luisteren
naar wat er binnen in me is. Met denken kom ik er toch nooit uit. Dan moet er
iets anders gebeuren. Dan moet je je passief maken en luisteren. Weer contact
vinden met een klein stukje eeuwigheid. Waarom moet ik iets verwezenlijken? Ik
moet gewoon maar ‘zijn’ en leven en een beetje een mens proberen te zijn.
Etty Hillesum in: Het verstoorde leven. Pg. 46
donderdag 14 oktober 2021
Boei 4.1
Voor het geval dat ik val,
ben ik gevallen.
/
Zo ziet dat eruit, het begin van het vallen. Zo- zoals het slash-teken boven
deze zin.
Ik bewoog mijn bovenlichaam naar voren en vroeg mijn onderlichaam de balans
niet te herstellen.
Ineens is de vloer mij meer nader dan het plafond mij was. Mijn amen konden en
wilden niet anders dan de val opvangen. Alsof het een wedstrijd was, waar ze
als eersten de finish bereiken moesten. De armen rijkten naar de grond voordat
mijn lijf en mijn hoofd daar waren. Lag er soms goud? Was het hebberig en
streverig misschien, van de armen? Het lijf daarentegen toonde geen verzet,
maar overgave. Het komt zoals het komt. Bescheiden liet het zich vallen.
De val ontmoette ik maar heel kort. Geen tijd had ik om zijn of haar hand te
schudden. Het was een ogenblik. Vóór het ogenblik stond ik rechtop en na het
ogenblik lag ik horizontaal. Het vallen van het lichaam was niet zoals ‘BAM’,
eerder zoiets als ‘bamBambampam’. De eerste bam is de aanraking van de armen
met de grond. Daarna kwam de grotere Bam, waar het leven
geheel op de grond ligt. Ten slotte reageren verschillende lichaamsdelen op de
val, op de Bam,- bam: ze veren als het ware even omhoog, verbijsterd wat er
gebeurt nemen ze daar korte tijd afstand- en geven ze zich uiteindelijk over aan de
stilte door de grond volledig te verwelkomen: pam. De stilte wordt doorbroken
door het opstaan. Alsof er niets is gebeurd - enkel nog een litteken op
het matras.
-
Even terug naar de hebberige armen:
Voordat de val zijn intrede deed, vroeg het hoofd de armen om een kleine gunst.
Daarop beloofden de armen aan het hoofd dat zij zich verantwoordelijk zouden
houden voor een gezonde staat van zowel hoofd als nek. Gehoorzaam als de armen
waren vingen zij de val op. In dit licht mag het verwijt van hebberigheid naar de armen toe dus alweer
teniet worden gedaan. Het lichaam bestaat uit een groepje vrienden die het
beste met elkaar voor hebben. De armen luisteren maar al te graag naar het hoofd. Mijn armen willen geleid worden. Die stem negeren is als een revolutie ontketenen. Zouden de armen niet meer luisteren dan zouden ze als onafhankelijk zijn. Wat schieten ze ermee op? Zo is het ook met de handen en de voeten. Waar zouden die gaan wanneer ze niet meer naar het hoofd luisteren? Ik ben eigenlijk wel benieuwd. Die stem van de revolutie fluistert dan toch aantrekkelijk door zijn mysterieusheid. Wat de revolutie met zich meebrengt is namelijk onduidelijk en in die onduidelijkheid ligt een voedingsbodem voor fantasie. Het zal er wel mooi zijn, daar waar het hart mag spreken en het hoofd niet meer zijn oordelen laat klinken. De roze eekhoorn zal het er vast wel naar zijn zin kunnen hebben. In hoeverre de roze eekhoorn bestaat is de vraag, net zo: in hoeverre deze revolutie een oogst zal brengen.
Uit de Lucht
Voor het geval dat ik val,
kijk ik hoe de regen valt.
Het zal wel meevallen.
-
Voor het geval dat ik val,
ben ik gevallen.
-
Voor het geval dat ik nog eens val,
hoef ik niet bang te zijn.
Alles zal wel op zijn plek vallen.
dinsdag 12 oktober 2021
Boei 4.0
Voor het geval dat ik val,
kijk ik hoe de regen valt.
Het zal wel meevallen.
-
Voor het geval dat ik val,
ben ik gevallen.
maandag 11 oktober 2021
Eiland
-aanmeren-
Het is tijd om even te rusten.
De roze eekhoorn stapt zijn papieren boot uit en zet voet op het eiland. Hij heeft
het er heel vanaf gebracht. Zijn reis voer achtereenvolgens langs drie
boeien: Wachten, Vertragen en Luisteren. De reis bracht woorden en beelden die de
oceaan in stroomden. Al dat, blijft hier op de bodem liggen. Weet u, de roze
eekhoorn wil u niet vullen. Wel wil het aan u stukjes leven onthullen. De grote hoeveelheid hoeft u van mij niet te dragen. Laat
het anders maar gewoon vallen. Het zal zinken: u zult het wel op de bodem terug
kunnen vinden.
--
Op het eiland kijkt de roze eekhoorn om zich heen. Er is
geen haast, enkel zand. De roze eekhoorn neemt een slokje water. Zijn dorst is
gestild, maar zo niet zijn dorst naar het verdere vinden van het hier-zijn.
Voordat de roze eekhoorn zijn papieren boot weer betreedt wil hij opnieuw duidelijk
hebben waar hij zal gaan. Zijn boot vult hij met Zijnsvergetelheid, de
brandstof waarop gevaren wordt. Volgens Heidegger vergeten we een manier van
zijn, die voorafgaat aan de technische kijk op de wereld. We bevinden ons niet
tegenover, maar ín de wereld. De roze eekhoorn weet het weer: hij is op weg, terug
naar de zaken zelf.
Alles valt weer op zijn plek.
Daarover gesproken, bij Boei 1.0 de volgende
woorden:
Uit de Lucht
Voor het geval dat ik val,
kijk ik hoe de regen valt.
Het zal wel meevallen.
Is het niet telkens een
kwestie van vallen?
De roze eekhoorn wil verder varen.
De volgende boei, zal Boei 4 zijn: Vallen.
Schip Ahoy
donderdag 7 oktober 2021
Boei 3.2
''Besef wel dat voorafgaand aan de betekenis die vervat
ligt in de taal, voorafgaand aan de emotie die verbreid wordt door het lied, de
stem allereerst uit haar lichaam komt, uit haar fundament, haar basis, haar
verbinding met de aarde, haar houvast, haar dierlijke greep op de grond via de
voetzolen, haar koppeling aan lange wortels via de tenen; dat uit een of andere
chtonische stroom een gloeiende bron opstijgt langs de kolommen van botten en
spieren, door benen, dijen, billen, buik- en borstholte tot aan de
schoudergordel; dat je stem alleen iets zal zeggen, iets zal betekenen als ze
haar diepe inspiratie uit die basis haalt.''
Michel Serres in: Muziek. Pg. 12
Ik luisterde naar de man die drie dadels gaf. Zijn woorden hadden mijn
aandacht. De woorden uit een onbekende wereld. Als ik nu bovenstaande woorden van Serres lees, begrijp ik dat de woorden er eigenlijk
niet zo toe deden. Het was de onbekende wereld waar de woorden vandaan kwamen,
die achter de woorden schuilhoudt. De woorden van de dadelgever Abdul ontstonden
vanuit zijn voetzolen. De voetzolen die uitputting voelden op de droge grond.
De woorden die hun weg vervolgden door de benen die de twee bergen beklommen en
zeven maal om de steen liepen. De woorden die dan zijn hart hebben geraakt van het
in vervulling komen van zijn opdracht in het leven: de bedevaart lopen. De
woorden dragen het gevoel waarnaar je luisteren kan.
Serres schrijft in zijn boek Muziek vanuit drie verschillende visies over de
betekenis van muziek en geluid in onze wereld. Hij ziet het als een reis, een
reis die hij drie keer maakt langs dezelfde muzikale rivier. De eerste reis is
van mythische aard, met Orpheus. Orpheus ontmoet een oude heks: de Geheugenis.
De heks beschrijft de drie verschillende soorten ruis die als orde zouden
heersen binnen de chaos van al het tumult:
''.. verschillend
maar met elkaar verbonden, onontwarbaar met elkaar vermengd. Allereerst en
voortdurend de witte ruis, de grondruis van de wereld; dan de intense en
zeldzamer ruis van al wat leeft, en ten slotte de ruis van de samenlevingen,
die overal en blindelings op zoek zijn naar betekenis.''
Michel
Serres in: Muziek. Pg. 18
Nadat de Geheugenis deze kennis aan Orpheus voorlegt, begint Orpheus te
luisteren naar het lichaam van de mensen (..stampen van hun voeten, vroegtijdig
kloppen van een hart, de pols van een vuist..) Dan naar de wereld (zachte
trillende donder van de aardschokken, kolken van de rivieren..) Ten slotte luistert
hij naar de mensentalen. De spraak zou (te) dik aan het lichaam kleven volgens
Orpheus. De gesproken mensentaal maakte hem doof voor de andere twee ruizen.
Hesse
schrijft het volgende over onze taal:
''Woorden doen afbreuk aan
de verborgen zin, direct wordt alles immers een beetje anders wanneer het
eenmaal uitgesproken is, een beetje vervalst, een beetje onzinnig ja, en ook
dat is heel goed, en ook dat vind ik prachtig, ook daarmee ben ik het helemaal
eens, namelijk dat wat voor de ene mens de hoogste wijsheid is, de andere
altijd als dwaasheid in de oren klinkt.''
Herman Hesse in: Siddharta. Pg. 183
De woorden zullen wel om ons mensen lachen. Ze kunnen ons veel zeggen en
tegelijkertijd kunnen ze ons veel ont-zeggen. Hoewel ze uit de mond komen,
hebben woorden macht in handen. Maar wij mensen zijn degene met déze handen en
kunnen besluiten wat met deze handen te doen. Leggen we onze handen op onze
oren om het stromen van ons bloed daarin te horen, zwaaien we naar de sterren
boven ons of schudden we met deze hand de hand van de jarige buurvrouw om haar te feliciteren?
Uit de Lucht
Luister,
het is goed zo-
Zo- zoals het nu is.
Luister maar,
je zal het wel horen.
maandag 4 oktober 2021
Boei 3.1
We luisterden naar de man die ons drie dadels gaf.
Of we gratis koffie wilden, vroeg een van de mannen die in
een groepje voor de moskee stond terwijl wij voorbij lopen. De man wijst naar de kleine koffietruck en spreekt
vervolgens de barista aan, waarop de barista ons vraagt wat voor koffie het zou
mogen zijn.
De vrijgevige man vertrekt weer. We drinken onze koffie op tussen de andere
koffiedrinkende islamitische mannen. Een van hen spreekt ons aan en geeft mij dan
drie dadels in een klein transparant doosje. De dadels refereren naar de naam
van de school die ze aan het oprichten zijn in deze buurt, zo vertelt hij. Echter,
de dadels dienden op dit moment niet zozeer voor het informeren over de school,
het was meer een opening voor het leggen van contact.
De man heet Abdul-Karim: dienaar van de edele.
Hij vertelt over de kern van zijn geloof: het geloven in de enige God en in niks
of niemand anders. Na wat nieuwsgierige vragen vertelt hij al gauw uitgebreid over hoe hij zijn eerste bedevaart naar Mekka heeft ervaren: de witte doeken, het slapen in tenten, zeven steentjes, de
uitputting van het lopen, de hitte en zeven rondjes om de zwarte steen- de zwarte steen die zwart is door de zonde van de mens.
Met aandacht luister ik, zowel naar de woorden als naar het
hele moment.
De woorden hebben vooral mijn aandacht. Het zijn woorden uit
een voor mij onbekende wereld waarvan nu de deur openstaat.
Al luisterend naar het moment zie ik in eerste instantie de stralende ogen
voor mij staan. De ogen vertellen van plezier. Het moment is groter dan de nabijheid van de driehoek die we hier vormen op straat. De omgeving zit vol met beweging. Ik bemerk het afscheid van de groep koffiedrinkende mannen die uiteengaan
en later ook de barista die ervandoor rijdt. Op straat zijn er lopende en
fietsende voorbijgangers. Dan steekt er nog een oude man over, al steunend op een
wandelkruk waar een theedoek omheen is geknoopt en naast hem een oude vrouw. Ze
nemen plaats op het bankje in de speeltuin achter ons en vertrekken na een
tijdje weer richting huis. Heel voorzichtig steken ze de straat weer over. Als je heel goed luistert hoor je niets minder dan de afstand tussen jou-zelf en hetgeen.
Abdul maakt ons duidelijk dat hij veel waarde hecht aan de waarheid, de bron. Hij probeert altijd weer terug te keren naar het woord in de koran of naar de woorden in de overleveringen.
De tijd voel ik verstrijken. De motregen laat mij wat verkleumen. De drie
dadels in het vierkante doosje had ik al die tijd nog in mijn handen, net als het
papierenkoffiebekertje waarvan de bodem nog wat bedekt is met melk- melk die blijkbaar liever
op de bodem bleef dan naar mijn mond kwam. Zowel de dadels als het koffiebekertje
doe ik dan met mijn handen in mijn jaszakken zodat ik toch nog wat warmte blijf behouden. De
kou en de grote hoeveelheid woorden die Abdul nu gebracht heeft zorgen ervoor dat mijn wil tot het luisteren langzaam wegtrekt. We staan hier minstens een
dik uur, dat kan niet anders. Onder ons driën zie ik dat de stoep droog is, alsof het mee zat te luisteren. De rest van de stoeptegels zijn nat geregend, het kon hen waarschijnlijk niets schelen wat er gezegd werd.
Het gesprek loopt langzaam naar het afscheid. Abdul laat
weten dat we altijd welkom zijn de moskee binnen te stappen en dat er iemand zal
zijn die een rondleiding kan geven.
Uit de Lucht
Hij wilde heel veel zeggen.
Ik wilde heel veel horen.
Hij praatte.
Ik luisterde.
Het moment fluisterde.
Boei 3.0
We luisterden naar de man die ons drie dadels gaf.
-daar stonden we-
Met z´n driën,
op de hoek van zijn moskee.
De man vertelde over zijn geloof.
We luisterden.
Het regende.
vrijdag 1 oktober 2021
Een andere eekhoorn
De roze eekhoorn zit te wachten op een andere eekhoorn die voorbij vaart. Wachten op herkenning, om dan vertrouwd verder te varen met de and...
