-aanmeren-
Het is tijd om even te rusten.
De roze eekhoorn stapt zijn papieren boot uit en zet voet op het eiland. Hij heeft
het er heel vanaf gebracht. Zijn reis voer achtereenvolgens langs drie
boeien: Wachten, Vertragen en Luisteren. De reis bracht woorden en beelden die de
oceaan in stroomden. Al dat, blijft hier op de bodem liggen. Weet u, de roze
eekhoorn wil u niet vullen. Wel wil het aan u stukjes leven onthullen. De grote hoeveelheid hoeft u van mij niet te dragen. Laat
het anders maar gewoon vallen. Het zal zinken: u zult het wel op de bodem terug
kunnen vinden.
--
Op het eiland kijkt de roze eekhoorn om zich heen. Er is
geen haast, enkel zand. De roze eekhoorn neemt een slokje water. Zijn dorst is
gestild, maar zo niet zijn dorst naar het verdere vinden van het hier-zijn.
Voordat de roze eekhoorn zijn papieren boot weer betreedt wil hij opnieuw duidelijk
hebben waar hij zal gaan. Zijn boot vult hij met Zijnsvergetelheid, de
brandstof waarop gevaren wordt. Volgens Heidegger vergeten we een manier van
zijn, die voorafgaat aan de technische kijk op de wereld. We bevinden ons niet
tegenover, maar ín de wereld. De roze eekhoorn weet het weer: hij is op weg, terug
naar de zaken zelf.
Alles valt weer op zijn plek.
Daarover gesproken, bij Boei 1.0 de volgende
woorden:
Uit de Lucht
Voor het geval dat ik val,
kijk ik hoe de regen valt.
Het zal wel meevallen.
Is het niet telkens een
kwestie van vallen?
De roze eekhoorn wil verder varen.
De volgende boei, zal Boei 4 zijn: Vallen.
Schip Ahoy
Geen opmerkingen:
Een reactie posten