dinsdag 28 september 2021

Golf

 

af - en - toe
afstand is een toestand
van het opnieuw de dingen raken.






Boei 2.2

Door te vertragen begaf ik mij even in de woordeloze wereld van de natuur.

Deze zwijgende wereld heeft geen ogen, het leeft zonder zichzelf te zien. In het boek Inleiding tot de verwondering haalt Verhoeven een vers aan van Angelus Silezius.

      • ‘‘Die Ros' ist ohn' Warum, sie blühet weil sie blühet. De roos heeft geen waarom, omdat zij bloeit; haar bloei is haar grond en haar waarom, de enige maatstaf van haar bestaan.''
        Cornelis Verhoeven in: Inleiding tot de verwondering. Pg. 172

Het is een woordend zwijgen van de roos en tegelijkertijd een levend spreken. In tegenstelling tot de roos, is de mens zich sterk bewust van zijn Zijn in de wereld. Wij mensen hebben namelijk ons excentrisch vermogen. Helmuth Plessner bracht dit begrip in de wereld, met als uitleg dat wij mensen onszelf buiten ons innerlijk centrum kunnen zetten. Wij bloeien niet zonder waarom; we reflecteren en bevragen onszelf continu. De roos van Verhoeven reflecteert niet, de roos is - vanzelfsprekend. De roos leeft vanuit zijn centrische positie. 

Van-zelf-sprekend
Stil.

Naast de stilte die het vertragen bood, leidde het tot een andere manier van kijken. Ik kan mij
vinden in de woorden die Verhoeven hieraan geeft onder het begrip ‘beschouwen’.

      • ''Het beschouwen is het denken dat het ding laat zijn wat het op dat moment is. Het is een onkritisch, lyrisch waarnemen. Het is een zien, alleen maar een zien met een wakker geworden oog. Het beschouwende oog raakt de dingen niet, maar laat ze in hun wezen.''
        Cornelis Verhoeven in: Inleiding tot de verwondering. Pg. 178
‘Lyrisch waarnemen’, schrijft Verhoeven. In het lyrische zit een stukje bevlogenheid waar ik mij in eerste instantie wat ongemakkelijk bij voelde. Door te vertragen voelde ik mij een rare wereldbewonderaar. In hoeverre wordt de mens in zijn leven aangemoedigd tot vertraging of tot lyrisch beschouwen? Ik weet het niet hoor, maar gezien mijn ongemak heb ik zelf blijkbaar de aanmoediging nooit zo expliciet gevoeld. Hoe is dat voor u?

 Verhoeven schrijft als volgt verder:

      • Als de roos bloeit, omdat ze bloeit, wil het oog daar alleen maar getuige van zijn zonder in te grijpen in de identiteit van de roos met zichzelf, zonder vooruit te grijpen naar vrucht, volwassenheid en zaad.’’ 
        Cornelis Verhoeven in: Inleiding tot de verwondering. Pg. 178
Wat als u het eens probeert? Tijdens het lopen even vertragen of zelfs even helemaal stilstaan. Met uw ogen de wereld aanraken zonder deze te willen veranderen. Je weet niet wat je overkomt. U zult nog verwonderd staan.. Als ik niet oppas citeer ik nog heel Verhoeven’s boek. Toch, dit stukje over verwondering, wil ik hier graag kwijt:

      • ''Trefzeker zegt onze taal dat iemand verwonderd ‘staat’. Dat is veelbetekenend. Het staan als stil-staan is het ophouden met bewegen, ontwerpen, ingrijpen. De uitdrukking ‘verwonderd staan’ veronderstelt dus een actief leven, dat plotseling wordt onderbroken en afgeremd. De verwondering wordt gesitueerd temidden van een beweging. Voor en na de verwondering is er de beweging, die de ‘gewone’ toestand is. Mensen zijn, zo lijkt het dus, op de eerste plaats bewegers en werkers. Het stilstaan is ook ophouden met spreken; in de stilte komt het anders-zijn van de dingen aan. Het moet worden beluisterd om te worden vernomen en er bestaat dus ook een mogelijkheid het niet te vernemen door het zelf te overstemmen.''
        Cornelis Verhoeven in: Inleiding tot de verwondeirng. 
        Pg. 42

Verwonderd staat u stil, wanneer u luistert en hierbij uw eigen geluid niet overstemt. Om verwonderd te kunnen komen staan, is er volgens Verhoeven een minimum van aandacht nodig en een belangeloosheid. Vertraging kan u deze aandacht schenken en belangeloosheid vindt u in de vers over de roos. Wat u kunt doen, is het gewoon te proberen; loop bijvoorbeeld héél langzaam door de supermarkt op zoek naar uw boodschappen of loop vertraagd naar de brievenbus.  Het voelt wellicht wat onmenselijk, toch kan het ook waardevol zijn.

Denkt u geen tijd te hebben? Neem dan de volgende woorden van Bergson in gedachten en vraag het uzelf dan nog eens.

      • ‘We leven niet zozeer in de tijd en we hebben niet alleen veel of weinig tijd, ‘we zijn ook tijd’.

Het is aan u.

zaterdag 25 september 2021

Boei 2.1


Ik sprak met mezelf af: vanaf hier - tot het einde van de weg, loop ik langzaam.
Zeker vier al dan niet vijf keer langzamer dan ik gewend ben. Ik zal vertragen.


De bomen blijven staan en ook ik blijf nu staan, zo lijkt het dan.
Stap voor stap kom ik maar heel langzaam vooruit. Werkelijk een wereld van verschil. De bomen heten mij welkom in deze wereld. Het gras wuift mij naar mij. Ik durf niet terug te wuiven. Het warme ontvangst moet ik even op mij laten inwerken. Het is eng, het is nieuw. Deze wereld is een wereld zonder ogen, het leeft zonder zichzelf te zien.

Ik zoek mij een houding. Al is deze weg rustig, toch kom ik een aantal mensen tegen. Waar laat ik mijn ogen vallen? Ik zoek naar een manier hoe ik mij toch nog op een normale wijze kan gedragen. Ik beeld mij namelijk zo in dat deze mensen vraagtekens hebben bij de vertrageling die ik hier ben. Gewoon langzaam lopen voelt alles behalve gewoon. Alsof ik de wereld nog niet eerder zou hebben gezien. Een rare wereldbewondeRaar?! Ik zet de vraagtekens zelf bij de mensen in het hoofd. Wie weet denken de mensen alleen maar aan hun eigen leven, dat ze nog een afspraak moeten maken bij de kapper. En daarnaast, onzekerheid nergens voor nodig, ik heb reden tot vertraging: de wereld die mij nu zo verschijnt heb ik namelijk nog helemaal niet gezien. Al denk ik vaak dat ik het allemaal wel ken, op het moment van het zien is alles nieuw.

Zonnestralen vallen zomaar. Het water loopt naast mij, tegengestelde richting op: het is een blijvende ontmoeting.

Wanneer ik weer alleen ben op de rechte weg kan ik mij opnieuw concentreren op het lopen. Op dat moment heb ik het welkom van de bomen en het gras kunnen ontvangen. Even ben ik deel van de zwijgende-wereld. Het gras is niet langer meer gras: het zijn tal van verschillende grassprietjes. De boom is in deze wereld niet de boom: het zijn kronkelende vormen en groene kleuren. De koeien kijken mij met grote ogen aan; zij zijn niet deel van de zwijgende-wereld, maar kunnen deze wereld wel verstaan, zo concludeer ik dan. Zij staan namelijk stil op de aardegrond. Het kan niet anders dan dat ze luisteren naar het wuivende gras, de vallende zonnestralen en het wandelende water. Toch, ook zij hebben ogen: zij zien en worden gezien.  

Mijn voetstappen laat ik vallen. Mijn benen worden door het leven vooruitgeschopt. Het leven laat mij lopen. Als ik mij overgeef laat het leven mij sneller lopen. Zo langzaam als ik loop, loopt het niet menselijk. Mensen zijn passanten op deze wereld, net als de koeien. Wij passanten, voorbijgangers, leven in een rapper tempo dan de bomen. De bomen zullen het wel begrijpen. Wij mensen hebben haast. We willen iets van het leven zien of het is het leven dat ons iets wil laten zien. De bomen hebben de tijd wel, en dat weet het leven.


Uit de Lucht
Er rijdt een vrachtwagen voorbij.
De bomen zwaaien en blijven zwaaien-
totdat de wagen terugkeert
en aan de bomen zal vertellen wat het gezien heeft.
Daar waar de bladeren niet kijken konden, de wagen wel rijden kon.
-ach was de wagen vergeten te vragen- wat de bladeren vandaag allemaal zagen..



dinsdag 21 september 2021

Boei 1.3





  Wachten op de man met de rode jas (1)


Uit de Lucht
Wacht, sla acht
op de lach die er is.
Wacht, sla zacht
op het moment dat je het mist. 


 



Wachten op de man met de rode jas (2)

----------------------------------------------------
Wachten op de man met de rode jas (1) en (2)
Hij die je weet en hij die je vergeet.
----------------------------------------------------


Wachten doe je eenvoudig op bankjes. 

Wanneer u zin heeft kunt u hetzelfde gaan doen.
Zoek twee gelijk gezielde plekken op in uw omgeving: 
Daar waar mensen zich begeven en daar waar u alleen bent. 
Wacht op beide plekken op de man met de rode jas. 






zaterdag 18 september 2021

Boei 1.2

Tijdens het wachtte ervaarde ik ongeduld: ik voelde mij verveeld en wilde het wachten daarom opheffen. Tijdens het wachten was ik ook verwonderd: ik stond open voor de wereld om mij heen. Deze twee toestanden wisselden elkaar af tot het moment dat ik uiteindelijk het wachten ophief.

Cornelis Verhoeven schrijft dat we de wachtenden kunnen opdelen in die van de ‘wachtenden in de rij’ en die van de ‘wachters’. De eerste groep is de wetende groep- zij weten waar zij op wachten. Zij die in de rij bij de kassa staan te wachten, wachten niet op het onbekende dat uit het plafond kan vallen, maar op hun beurt de boodschappen te betalen. De andere groep wachtenden noemt Verhoeven ‘de wakkeren’. De wakkeren weten niet waarop zij wachten. Samen met deze onwetendheid zijn zij vol aanwezig in het moment en staan zij open voor het onbekende.

      • 'Ons bewustzijn bestaat bij de gratie van zo'n wakkerheid voor de wereld; en wijze mensen zeggen dan ook dat het hele leven wachten is, gericht op de gelegenheden die het moment ons zal geven en op wat de toekomst ons ook zonder eigen toedoen aan verrassingen zal brengen. Wij leven in een levenslang uitstel en in voortdurende afhankelijkheid van machten die wij niet kennen.'
        Cornelis Verhoeven in: Dierbare woorden. Pg. 467

Volgens Verhoeven zou ik mij dus hebben verkeerd in fases van onwetendheid wanneer ik mij verwonderde tijdens het wachten. Niet langer was ik dan gericht op het verstrijken van de tijd, maar op de omgeving om mij heen.

      •  ‘In verwondering verliezen wij onze greep op de wereld.’ 
         Cornelis Verhoeven, in: Dierbare woorden. Pg. 468

En ja, dan verloor ik mij greep op de wereld. Het was niet langer de werkelijkheid die in de boeken beschreven wordt of op het terras besproken wordt. Niet langer zag ik de regendruppels als water, maar ik fantaseerde over het gesprek dat ze zouden hebben met het Huis.

Wanneer ik meende te weten waarop ik wachtte, namelijk het stil worden van de wolken, ontstond, zo blijkt, de verveling. De tijd voelde ik inefficiënt verstrijken. 

      • Het weten maakt het uitstel tot een loze ruimte waarvan alleen verveling te verwachten is. Het is moeilijker ons passief en duldzaam te gedragen tegenover machten die wij menen te kennen dan een afwachtende houding aan te nemen tegenover de superioriteit van de anonieme werkelijkheid en de ondoorgrondelijke wetten van de natuur of het lot zonder te weten hoe en waarom. Het waakzame wachten lijkt zijn beschouwelijke puurheid te ontlenen aan de machteloosheid van de beschouwer. Cornelis Verhoeven, in: Dierbare woorden. Pg. 467

Joke Hermsen heeft een boek geschreven genaamd 'Stil de tijd.' Beschouwend schrijft ze over het gedachtegoed van verschillende denkers. Bij het definiëren van 'wachten' citeert ze de filosoof Blanchot. Blanchot gaat terug naar de oorsprong van het woord en zegt: 

      • 'Wachten (attente): het vrijleggen van een ander soort aandacht (attention) die zich niet op het reeds bekende van de verwachting richt, maar op het onbekende, het onverwachte, het nog niet ingevulde.’
        Blanchot geciteerd door Joke Hermsen, in: Stil de tijd, pg. 256.

De oorsprong van wachten (attente) wat Hermsen aanhaalt, valt onder wat Verhoeven beschrijft als de wachtende ‘wakkeren’, de onwetenden. Hermsen haalt dan nog een andere denker aan, Weil. Ook zij beschrijft de wakende wachter, hij/zij die zonder stelling naar de wereld kijkt doordat het wachten hem/haar leegmaakt. Hier zou volgens Weil ook de menselijke waardigheid liggen, omdat het ego wegvalt. 

      • ‘in het wachten, schrijft Weil, komen we pas tot een werkelijke aandacht voor de wereld, omdat we tijdens het wachten langzaam leeggemaakt worden van onszelf, onze begrensde en van anderen afgescheiden identiteit staat dan niet langer als obstakel tussen ons en de wereld. Joke Hermsen, in: Stil de tijd, pg. 258.

Wachten heeft twee zielen, net zoals alles twee zielen heeft (?)
Menen we te weten waarop we wachten of zetten we onszelf onder de grootsheid van het mysterie; het bepaalt hoe we de wachttijd ervaren.  

Etty Hillesum schrijft op 25 september 1941 het volgende in haar dagboek. 

      • ‘Je moet de dingen nu eenmaal laten zijn voor wat ze zijn en ze niet tot onmogelijke hoogte willen opschroeven en wannéér je ze laat zijn voor wat ze werkelijk zijn, dan eerst ontplooien ze hun werkelijke waarde. 
        Etty Hillesum in: Het verstoorde leven. Pg. 51

Verhoeven, Weil en Hermsen zullen het wel met haar eens zijn denk ik zo. 
Wachten is jezelf overgeven.


vrijdag 17 september 2021

Boei 1.1


Geduld begint aan mijn mouw te trekken.

Een oefening in het wachten - 'tot de wolken stil zijn'.
Ik schreef in de tussenpozen van het wachten.
Al schrijvende wachtte ik niet, al kijkende deed ik dat denk ik wel. 
---------------------

Regendruppels vallen. De inhoud van de wolken stort zich op en rond mij uit. Ik voel de regen in mijn haar kruipen. Ze kruipen vanaf mijn kruin en dan maken enkelen een tweede val naar mijn nek. Die tweede val zal wel meevallen: de afstand van hoofd tot nek is vele malen kleiner dan de afstand wolk tot hoofd.

Ik heb gepoogd onder de blote hemel te blijven staan, maar het wachten heb ik niet uitgehouden: de wolken waren nog vol toen ik met mijn camera onder de hemel vandaan vertrok. Het wachten wilde ik vastleggen op beeld, juist dat legde mij misschien uiteindelijk wel vast- de camera die vroeg om onderdak. Ik had terug de regen in kunnen gaan, maar deed het niet.

Onder het dak van het open tuinhuisje wacht ik nu verder. Het duurt voort. Voor de lucht zal het wel een hele opluchting zijn zo. De zwaarte laten vallen. De lucht zal strakjes doorgaan als wandelaar zonder rugtas. Bevrijd van het gewicht. Als ik daar nou nog zou staan, daar zo buiten, zou die zwaarte dan niet helemaal in mij gekropen zijn? Het zou mij vast koud maken. Wat zou ik ermee opschieten? Ik zal het nu niet weten. De rest van de buitenwereld is vol ervaren, zij weten. Als mens ben ik dan toch maar een beginneling.

De wolken zijn nog steeds niet stil. De lucht spreekt van regen. Zij zijn niet mét elkaar in gesprek, zij zijn dezelfde stem. Ik kijk voor mij uit en zie daar het huis. Het huis is stil. Als achtergrond biedt het ruimte aan wat zich op de voorgrond afspeelt. De rode bakstenen luisteren zwijgzaam naar het vallen van de regen. Ze verroeren zich niet. Vast, besloten en gesloten staart de eenheid voor zich uit. De regen doet mij veel sympathieker overkomen. De regen beweegt en durft van vorm en snelheid te veranderen. Je moet het maar durven. Het huis denkt er niet aan- droomt er misschien van. Dan lees ik ineens toch wat nieuwsgierigheid af: het raam staat op een kiertje. Zit het huis dan toch heel voorzichtig te praten met de regen?

Het vallen van de regen lijkt te verstommen. Zouden de wolken nu eindelijk leeg zijn?
Nee- er wordt nieuw leven in geblazen- de hevigheid neemt weer toe. Geduld begint aan mijn mouw te trekken: of het niet tijd wordt om te gaan?- het wachten op te heffen. Ik zoek mezelf een houding om het wachten te dragen zonder dat ik verval in een andere activiteit dat niet Wachten is. Ga ik liggen, zou ik uitrusten- zou ik in afwezigheid vallen. Zittende houd ik mezelf hier aanwezig. Misschien heeft het wachten die vraag wel permanent in zich: de vraag naar het veranderen van positie om daarmee afgeleid te worden, te bewegen- het onwetende verloop van tijd tot nul te reduceren. 

Mijn blik gaat terug naar het huis. Waar ik de kwetsbaarheid van de regen kon waarderen, kijk ik nu ook met eenzelfde ogen naar het huis. Aan de bovenkant van het huis zie ik een dakgoot. De desinteresse van het Huis naar de Regen is blijkbaar kleiner dan aanvankelijk aangenomen. De bakstenen deden somber aan, maar kijk ik naar boven: zie ik daar de dakgoot. Het staat open voor contact. De dakgoot brengt de regendruppels samen en laat ze stromen. Op dat moment spreekt mijn blaas en vraagt om het toilet. Genoeg gewacht zo. 



donderdag 16 september 2021

Boei 1.0


Wachten tot de wolken leeg zijn


Het maakt wel wezenlijk verschil waarop je wacht.
Ik wachtte buiten op de wolken, op het moment dat ze stil en leeg zouden zijn.


Uit de Lucht
Voor het geval dat ik val,
kijk ik hoe de regen valt.
Het zal wel meevallen.

dinsdag 14 september 2021

Boeien

De woorden* van Etty lichten weer even in mij op. ‘Mentale hygiëne’ schrijft ze, de boel innerlijk wat organiseren om niet ten onder te gaan aan de grootsheid van de zee.


Mijn vindtocht zal ik daarom op gaan delen in kleine stukjes. Focuswoorden zullen gelden als boeien in de zee die ik bevaar en ervaar. De route van de betekenis van het hier-zijn zal ik zo voor ogen houden.

Hieronder dan het drietal boeien,- ze zijn niet verankerd: wie weet veranderen ze nog van identiteit, of wie weet moet ik na het zien van de ene boei pas de volgende willen zien. We zien wel. Voor u als lezer te weten: de drie boeien zijn ontstaan uit associaties die ik had met 'hier (een beginneling) te zijn'.

Sidenote: als deze vindtocht u niet logisch in de mond klinkt (huh?) - Juist ja! (Als u het proces niet kan volgen) Laat het mij dan weten. Het is dan wel mijn vindtocht, toch streef ik ernaar het voor de ander inzichtelijk te maken. 

De boeien: 

Boei 1: wachten
Boei 2: vertragen
Boei 3: luisteren

We zullen gewoon gaan beginnen met vinden bij boei 1. 


En dan zal ik als volgt te werk gaan:

Boei 1.0: het Zijn- ervaren van het focuswoord, de boei. 
Boei 1.1: het beschouwen: onder woorden brengen van de ervaring.
Boei 1.2: het analyseren: reflecteren en in context brengen van de beschouwing.
Boei 1.3: het teruggeven: verhouden tot het leven.

Ten slotte, in de zee zijn er golven. Ik zal ze hier beschrijven of laten zien wanneer ik betekenisvolle momenten ervaar waarop het Hier-zijn zich aan mij toont. 



*In de vorige post vond u deze woorden van Etty:

      • ‘Van de concretisering der grote vage ideeën moet je het niet hebben. Het kleinste, onbenulligste opstelletje, dat je neerschrijft is belangrijker dan die vloed van grootse ideeën waar je in zwelgt. Natuurlijk houd je je Ahnungen en intuïtie, dat is een bron, waaruit je put, maar zorg er voor dat je niet in die bron verzuipt. Organiseer de boel een beetje, bedrijf wat mentale hygiëne. Je fantasie, innerlijke emoties enz. is de grote Oceaan, daaraan moet je kleine stukjes land ontworstelen, die wel weer eens overstroomd zullen worden. Zo’n Oceaan is zeer groots en elementair, maar het gaat om de kleine stukjes land, die je daarop weet te veroveren. Houd het vasteland voor ogen en blijf niet machteloos spartelen in de Oceaan.’
        Etty Hillesum in: Het verstoorde leven. 2021. Pg. 7

maandag 13 september 2021

Roze eekhoorn

:Vinden, dat ben ik dus van plan te gaan doen.
(Vinden wat het betekent om hier te zijn.)

Óm te vinden, wil ik mij volledig vrij voelen, in zoverrre dat mogelijk is.
Daarom leg ik op tafel: het verlangen van mijn Vindtocht. Met het bewustzijn van het verlangen poog ik het 'zoeken' verder uit schakelen. 


Een roze eekhoorn
--------------------------

Hierboven het tafelblad met daarop het verlangen: een roze eekhoorn.
Het zit te springen in mijn buik en dan rent het weer naar mijn hoofd. De roze eekhoorn laat mijn bloed sneller stromen. De extra zuurstof die in omloop is maakt het mij onmogelijk om in slaap te vallen. De roze eekhoorn fluit vrolijk. Hij wil het leven op zijn kop zetten: bestaande gedachtes en systemen onderuit halen.

Mijn verlangen gaat uit naar het vinden van de roze eekhoorn onder het donkergroene woelige mos. Ik weet het zeker: de roze eekhoorn zal de wind van vrijheid laten waaien. De wind zal de tijd doen vertragen. De Bergen zullen fluisteren naar het Dal dat het wel goed komt. De roze eekhoorn opent de dialoog. Men zal gaan praten over het wonder, het leven. Men zal luisteren naar elkaar en men zal elke dag met een eerlijke buiging de zon groeten. De dingen zijn er niet voor ons om te aanschouwen, wij zijn er om de dingen te aanschouwen.

Van het Grote Verlangen word ik terug geslingerd naar een korreltje grind in mijn schoen:

      • ‘Van de concretisering der grote vage ideeën moet je het niet hebben. Het kleinste, onbenulligste opstelletje, dat je neerschrijft is belangrijker dan die vloed van grootse ideeën waar je in zwelgt. Natuurlijk houd je je Ahnungen en intuïtie, dat is een bron, waaruit je put, maar zorg er voor dat je niet in die bron verzuipt. Organiseer de boel een beetje, bedrijf wat mentale hygiëne. Je fantasie, innerlijke emoties enz. is de grote Oceaan, daaraan moet je kleine stukjes land ontworstelen, die wel weer eens overstroomd zullen worden. Zo’n Oceaan is zeer groots en elementair, maar het gaat om de kleine stukjes land, die je daarop weet te veroveren. Houd het vasteland voor ogen en blijf niet machteloos spartelen in de Oceaan.
        Etty Hillesum in: Het verstoorde leven. 2021. Pg. 7

De woorden van Etty zijn mijn dierbaar, zo ook mijn roze eekhoorn. Beide verdienen gehoord te worden. Laat ik de roze eekhoorn een papieren bootje meegeven, dan zal hij het wel redden. Wel zal de roze eekhoorn voorzichtig moeten zijn. Het papieren bootje is het begin, daarmee gaat het de zee vol moed in. Zonder het eerst door te hebben, blijkt het bootje, het begin, mij dierbaarder dan verwacht.

Uit de Lucht
Tringelingeling
mandarijn, zonneschijn, porselein-
Mag ik uw beginneling zijn?
:vliegeren met de tijd en dansen met het resultaat,
ik ben uwe beginnende kandidaat.
Pootje baden in het bestaan-
Mag ik het einde laten gaan?

Tringelingelijn,
mag ik een beginneling zijn?

zaterdag 11 september 2021

Zoeken en vinden

 - al die mensen, al die wensen -
Weet jij waar je bent?


Zelf weet ik het ook niet hoor. Ook ik doe maar een poging. Het is niet aan u om mij serieus te nemen, het is aan mijzelf dat te doen, anders kan ik niet schrijven. Het zijn woorden die hier staan. Dienende woorden en/of bedienende woorden. Je kan en mag ze als dienblad zien, ofwel als de thee die geserveerd wordt vanaf het dienblad. Het een is net zo waarachtig als het ander. De woorden zijn er in ieder geval om te communiceren. Voor nu communiceren ze een start, maar voor u het weet lopen de woorden naar het beschrijven toe van de ontdekkingen die komen gaan. Ontdekkingen uit het onderzoek dat voor mij ligt. 'Wat betekent het hier te zijn?'

 

      • Wanneer iemand zoekt, zei Siddharta, dan kan het licht gebeuren dat hij alleen oog heeft voor hetgeen hij zoekt, dat hij zichzelf niet toestaat om iets te vinden, verblind is omdat hij alleen maar aan datgene denkt waarnaar hij op zoek is, omdat hij een omschreven doel heeft, en van dat doel bezeten is. Zoeken betekent: een doel hebben. Vinden daarentegen: vrij zijn, open staan, geen doel hebben.   
        Herman Hesse, in: Siddharta. 2014. Pg. 176

 

Men zoekt al een hele tijd lang. Nu is de tijd gekomen dat ik heel concreet op eenzelfde punt sta. Er wordt mij gevraagd een onderzoek te starten, wat inhoudt: een vraag formuleren > deze op te delen in subvragen > een onderzoeksopzet opstellen en ten slotte een plan van aanpak te fabriceren om daarmee de antwoorden uit de wereld te vissen en mij daarmee te verhouden tot andere Wetende. Het heeft mij altijd heel vooruitstrevend in de oren geklonken. Welwillend stond ik met mijn vraag op de stoep, totdat ik me ineens bedenk: om een echte onderzoeker te zijn moet ik niet gaan zoeken,- Ik moet eronder kijken: ónder het zoeken.

Uit de Lucht
Onder-zoeken
-dat doe je niet boven
-dat doe je beneden.
beneden zullen we vinden wat we boven niet zochten.
beneden zullen we horen waar we boven niet naar luisterden.
Beneden sta je onder het zoeken,
- daar heb je het antwoord gevonden. 
het Vinden.   

                                                           

Ik ga vinden wat het voor mij betekent om Hier te Zijn.
In eerste instantie is het een vraag naar de betekenis. In tweede instantie naar het Hier-Zijn.
Beide aspecten samen, vraagt de vraag om geleefd te worden.

Wat het voor ú betekent om hier te zijn, dat mag u zelf gaan uitzoeken- o, daar ga ik al, ik bedoel: dat mag u zelf gaan uitvinden, want wie ben ik dat u te vertellen? We kunnen elkaar op de hoogte houden van onze vindtocht. Wees welkom mijn vindtocht hier mee te beleven,- graag zelfs. 
Laat uw gedachtes, vragen of waarnemingen klinken, dan vinden we samen verder.

<>


 

Een andere eekhoorn

De roze eekhoorn zit te wachten op een andere eekhoorn die voorbij vaart. Wachten op herkenning, om dan vertrouwd verder te varen met de and...