Tijdens het wachtte ervaarde ik ongeduld: ik voelde mij verveeld en wilde het wachten daarom opheffen. Tijdens het wachten was ik ook verwonderd: ik stond open voor de wereld om mij heen. Deze twee toestanden wisselden elkaar af tot het moment dat ik uiteindelijk het wachten ophief.
Cornelis Verhoeven schrijft dat we de wachtenden kunnen
opdelen in die van de ‘wachtenden in de rij’ en die van de ‘wachters’. De
eerste groep is de wetende groep- zij weten waar zij op wachten. Zij die in de
rij bij de kassa staan te wachten, wachten niet op het onbekende dat uit het
plafond kan vallen, maar op hun beurt de boodschappen te betalen. De andere
groep wachtenden noemt Verhoeven ‘de wakkeren’. De wakkeren weten niet waarop
zij wachten. Samen met deze onwetendheid zijn zij vol aanwezig in het moment en
staan zij open voor het onbekende.
- 'Ons bewustzijn bestaat bij de gratie van zo'n wakkerheid
voor de wereld; en wijze mensen zeggen dan ook dat het hele leven wachten is,
gericht op de gelegenheden die het moment ons zal geven en op wat de toekomst
ons ook zonder eigen toedoen aan verrassingen zal brengen. Wij leven in een
levenslang uitstel en in voortdurende afhankelijkheid van machten die wij niet
kennen.'
Cornelis Verhoeven in: Dierbare woorden. Pg. 467
Volgens Verhoeven zou ik mij dus hebben verkeerd in fases van onwetendheid wanneer ik mij verwonderde tijdens het wachten. Niet langer was ik dan gericht op het verstrijken van de tijd, maar op de omgeving om mij heen.
- ‘In verwondering verliezen wij onze greep op de wereld.’
Cornelis Verhoeven, in: Dierbare woorden. Pg. 468
En ja, dan verloor ik mij greep op de wereld. Het was niet
langer de werkelijkheid die in de boeken beschreven wordt of op het terras
besproken wordt. Niet langer zag ik de regendruppels als water, maar ik
fantaseerde over het gesprek dat ze zouden hebben met het Huis.
Wanneer ik meende te weten waarop ik wachtte, namelijk het
stil worden van de wolken, ontstond, zo blijkt, de verveling. De tijd voelde ik inefficiënt
verstrijken.
- Het weten maakt het uitstel tot een loze ruimte waarvan alleen verveling te verwachten is. Het is moeilijker ons passief en duldzaam te gedragen tegenover machten die wij menen te kennen dan een afwachtende houding aan te nemen tegenover de superioriteit van de anonieme werkelijkheid en de ondoorgrondelijke wetten van de natuur of het lot zonder te weten hoe en waarom. Het waakzame wachten lijkt zijn beschouwelijke puurheid te ontlenen aan de machteloosheid van de beschouwer. Cornelis Verhoeven, in: Dierbare woorden. Pg. 467
Joke Hermsen heeft een boek geschreven genaamd 'Stil de tijd.' Beschouwend schrijft ze over het gedachtegoed van verschillende denkers. Bij het definiëren van 'wachten' citeert ze de filosoof Blanchot. Blanchot gaat terug naar de oorsprong van het woord en zegt:
- 'Wachten (attente): het vrijleggen van een ander soort aandacht
(attention) die zich niet op het reeds bekende van de verwachting richt, maar
op het onbekende, het onverwachte, het nog niet ingevulde.’
Blanchot geciteerd door Joke Hermsen, in: Stil de tijd, pg. 256.
De oorsprong van wachten (attente) wat Hermsen aanhaalt,
valt onder wat Verhoeven beschrijft als de wachtende ‘wakkeren’, de onwetenden.
Hermsen haalt dan nog een andere denker aan, Weil. Ook zij beschrijft de
wakende wachter, hij/zij die zonder stelling naar de wereld kijkt doordat het wachten hem/haar leegmaakt. Hier zou volgens Weil ook de menselijke waardigheid liggen, omdat het ego wegvalt.
- ‘in het wachten, schrijft Weil, komen we pas tot een werkelijke aandacht
voor de wereld, omdat we tijdens het wachten langzaam leeggemaakt worden van onszelf,
onze begrensde en van anderen afgescheiden identiteit staat dan niet langer als
obstakel tussen ons en de wereld. Joke Hermsen, in: Stil de tijd, pg. 258.
Wachten heeft twee zielen, net zoals alles twee zielen heeft (?)
Menen we te weten waarop we wachten
of zetten we onszelf onder de grootsheid van het mysterie; het bepaalt hoe we
de wachttijd ervaren.
Etty Hillesum schrijft op 25 september 1941 het volgende in haar dagboek.
- ‘Je
moet de dingen nu eenmaal laten zijn voor wat ze zijn en ze niet tot
onmogelijke hoogte willen opschroeven en wannéér je ze laat zijn voor wat ze
werkelijk zijn, dan eerst ontplooien ze hun werkelijke waarde.
Etty Hillesum in: Het verstoorde leven. Pg. 51
Wachten is jezelf overgeven.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten