Een oefening in het wachten - 'tot de wolken stil zijn'.
Ik schreef in de tussenpozen van het wachten.
Al schrijvende wachtte ik niet, al kijkende deed ik dat denk ik wel.
Regendruppels vallen. De inhoud van de wolken stort zich op en rond mij uit. Ik voel de regen in mijn haar kruipen. Ze kruipen vanaf mijn kruin en dan maken enkelen een tweede val naar mijn nek. Die tweede val zal wel meevallen: de afstand van hoofd tot nek is vele malen kleiner dan de afstand wolk tot hoofd.
Ik heb gepoogd onder de blote hemel te blijven staan, maar het wachten heb ik niet uitgehouden: de wolken waren nog vol toen ik met mijn camera onder de hemel vandaan vertrok. Het wachten wilde ik vastleggen op beeld, juist dat legde mij misschien uiteindelijk wel vast- de camera die vroeg om onderdak. Ik had terug de regen in kunnen gaan, maar deed het niet.
Onder het dak van het open tuinhuisje wacht ik nu verder. Het duurt voort. Voor de lucht zal het wel een hele opluchting zijn zo. De zwaarte laten vallen. De lucht zal strakjes doorgaan als wandelaar zonder rugtas. Bevrijd van het gewicht. Als ik daar nou nog zou staan, daar zo buiten, zou die zwaarte dan niet helemaal in mij gekropen zijn? Het zou mij vast koud maken. Wat zou ik ermee opschieten? Ik zal het nu niet weten. De rest van de buitenwereld is vol ervaren, zij weten. Als mens ben ik dan toch maar een beginneling.
Nee- er wordt nieuw leven in geblazen- de hevigheid neemt weer toe. Geduld begint aan mijn mouw te trekken: of het niet tijd wordt om te gaan?- het wachten op te heffen. Ik zoek mezelf een houding om het wachten te dragen zonder dat ik verval in een andere activiteit dat niet Wachten is. Ga ik liggen, zou ik uitrusten- zou ik in afwezigheid vallen. Zittende houd ik mezelf hier aanwezig. Misschien heeft het wachten die vraag wel permanent in zich: de vraag naar het veranderen van positie om daarmee afgeleid te worden, te bewegen- het onwetende verloop van tijd tot nul te reduceren.
Mijn blik gaat terug naar het huis. Waar ik de kwetsbaarheid van de regen kon waarderen, kijk ik nu ook met eenzelfde ogen naar het huis. Aan de bovenkant van het huis zie ik een dakgoot. De desinteresse van het Huis naar de Regen is blijkbaar kleiner dan aanvankelijk aangenomen. De bakstenen deden somber aan, maar kijk ik naar boven: zie ik daar de dakgoot. Het staat open voor contact. De dakgoot brengt de regendruppels samen en laat ze stromen. Op dat moment spreekt mijn blaas en vraagt om het toilet. Genoeg gewacht zo.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten